De Broze Wolf
Hier kan je mijn verhaaltjes over de Broze wolf en Roodkopje vinden.
Elk nieuw verhaaltje wordt hier bijgevoegd.
Veel leesgenot!
SoFia
*DE ZWARE DAG VAN DE BROZE WOLF (19/09/2011)
—————————————-————————————–
Roodkopje liep van de weg af.
Wetend dat de Yellow Brick Road niet voor haar bestemd was.
Ik zoek mijn eigen weg wel had ze zich bedacht.
En terwijl ze het bos door de bomen probeerde te zien kwam de Broze wolf naar haar toe gelopen.
“Aha Roodkapje, waar ga je heen?” vroeg hij enthousiast.
Maar hij verwachte duidelijk geen antwoord.
Want nog voor Roodkopje een antwoord kon geven ging hij door.
‘Kapje, Ik kan vandaag de dag niet zo dragen. Dat ding is zo zwaar. Kan jij dat niet even in je mandje meedragen hè?”
Roodkopje die nogal behulpzaam was ingesteld wou wel helpen maar haar mandje zat vol zwarte bessen.
“Ohh, heb je een Blackberry bij! Kan je misschien dan even bellen naar de Gelaarsde kat, dat hij ook even naar hier komt?”
Roodkopje probeerde uit te leggen dat het échte zwarte bessen waren maar de Broze wolf luisterde niet.
Hij hoorde haar wel, maar hij luisterde niet.
“Tja, wat moet ik nou met die zware dag?” jammerde hij.
“Misschien kan je hem wat lichter maken?” opperde Roodkopje.
“Als je luistert naar de vogeltjes die twieten dan wordt de dag misschien…”
Maar Roodkopje kon haar zin niet afmaken want de Broze wolf riep enthousiast “jahaa, tweet dit maar. Twitter maar dat de dag niet te dragen valt! Kan dat? Kan dat in 140 tekens?”
“Maar dàt bedoelde ik niet!” riep Roodkopje bozig.
“Hè rood heftig ding, rustig hè!” snauwde de wolf.
“Je weet toch dat ik de Boze wolf ben hè!”
“Je bént helemaal niet de Boze wolf maar de BRoze wolf!” sneerde Roodkopje.
“Laat me niet lachen” zei de wolf. “Ik ben de Boze wolf!” En hij probeerde wat kwaadaardig te grommen.
Dat lukte totaal niet en een schor geluid weergalmde door het bos.
“Bén je boos dan?” vroeg Roodkopje.
“Jahaaa” zei de Broze wolf. “Tuurlijk ben ik boos, ik ben de Boze wolf.
Roodkopje zuchtte. “Voél je je boos dan?” ging ze verder.
De wolf dacht even na “nouuuu,….. neuuuu, ik voél me niet echt boos, maar ik bén het wel. Ik voel me… ja wat voel ik eigenlijk?”
“Je voelt je eigenlijk eerder broos?” probeerde Roodkopje voorzichtig
“Je bént dan ook de Broze wolf”.
Maar de wolf was het daar niet mee eens. Wolven horen boos te zijn, heldhaftig en stoer. Alles behalve broos.
“Stel” zei Roodkopje “Stel dat je de Boze wolf bent,wat moet je dan doen nu?”
“Euhhh, geen idee eigenlijk” zei de Broze wolf wat vertwijfeld.
“Nou” ging Roodkopje verder “als jij de Boze wolf zou zijn moet je nu een grootmoeder gaan opeten”
“Een grootmoeder opeten!” riep de Broze wolf vol afkeer.
“Yep” zei Roodkopje. “De grootmoeder van Roodkapje”
“Jouw grootmoeder?” vroeg de wolf met een vies gezicht.
Als Roodkopje uitlegde dat zij niet Roodkapje maar Roodkopje was begreep de wolf er niets meer van.
Ondertussen werd zijn dag maar zwaarder en voelde hij zich… ja hij voelde zich eigenlijk… broos.
Maar daar wou hij niet aan denken dus vroeg hij maar aan Roodkopje wat zij dan ging doen op dat moment.
“Ik ga meel halen voor een bosbessentaart” begon Roodkopje maar de wolf luisterde weer niet.
“Mail, ja dat doen we. We sturen een mail en daarin zetten we dan dat Boze wolven vanaf nu geen grootmoeders meer mogen eten. We zijn tégen het grootmoeder eten!”
Roodkopje schudde moedeloos haar hoofd heen en weer.
“Je begrijpt me niet! ” zei ze haast verdrietig.
“Weet je” zei de wolf “misschien moet jij ook even op het boek van gezichten zetten dat je het eens met me bent hè”.
“Maar ik ben het niet eens en hoorde je wel wat ik net zei!” riep ze de wolf toe.
“Ohh, heb ik het niet gehoord? Sorry Kapje, ik had mijn oortjes niet in”
“Je bent niet te schatten” siste Roodkopje
“Chatten? ja misschien later, maar nu heb ik geen tijd. Ik moet de Gelaarsde kat nog bellen, Hans Andersen nog mailen en Kleinduimpje nog aan mijn vriendenlijst toevoegen. En ik moet nog aan de spin vragen of ze een webpagina maakt voor mijn volgers.
Trouwens het roodborstje twitterde ook wat en ik denk dat het voor mij bedoeld was” ratelde de wolf door.
“Je luistert nieeeet!!!” riep Roodkopje nu boos.
“Werk me maar niet op mijn zenuwen want ik ben de Boze wolf hè!” zei de wolf wat nors.
“Ik zie het al, je wil mijn plek innemen hè” knorde hij.
“Beetje boos worden in mijn plaats. Wat een lef!” snauwde hij er achteraan en probeerde zich wat stoerder voor te doen dan hij in feite was.
Roodkopje keek de Broze wolf aan, zag zijn broze ziel opgesloten achter zijn ogen.
Wat had ze graag met hem de meel gaan halen, zwarte bosbessentaart gemaakt en wat gezellig gekeuveld terwijl ze genoten van het gezang van het roodborstje.
Maar ze wist dat hij het niet wou zien, niet wou horen.
“Ik heb nog veel te doen, ik moet mijn contacten onderhouden hè. Ik heb ook nog zoveel te zeggen, te laten weten. Iedereen moet toch weten wat ik denk”
En terwijl de wolf vol woorden het bos verder door trok zag Roodkopje de dag op zijn rug zwaarder en zwaarder worden.
Toen ze wat later aan de waterkant probeerde te genieten van de bosbessentaart die ze net had gebakken kwamen er zomaar dikke tranen over haar gezicht.
Broze tranen, tranen van de wolf.
Hij had ze zomaar bij haar achter gelaten.
En in alle alleenigheid vroeg Roodkopje af wie er nu eigenlijk in het verkeerde sprookje zat.
Ze wou net opstappen toen ze achter haar ineens de Broze wolf terug hoorde.
“Gadver, hoe kan dat nou! Hoe kom ik nu weer ineens hier bij jou???! Ik ben duidelijk helemaal de weg kwijt” riep hij wat zwaarmoedig.
Roodkopje had willen zeggen dat hij eindelijk de juiste weg gevonden had, maar ze wist dat Broze wolven erg breekbaar zijn en je dus soms beter maar gewoon kan zwijgen.
De wolf wou meteen nog een bericht de wereld in sturen over het Snoephuis dat hij onderweg had gezien.
“Alleen maar snoep he, niks gezond aan dat hele huis he.En wist je dat er 2 kinderen zijn Lans en Mietje ofzo, die simpelweg geen tanden meer hebben door dat gesnoep en nu willen er 7 dwergen dat huis overnemen! dat hou je toch niet voor mogelijk…” haspelde hij verder.
“Stukje blackberrytaart?” glimlachte Roodkopje hem toe.
“En leg de zware dag maar aan de kant, zo kan hij ondergaan aan de horizon”
De wolf zette zich neer naast Roodkopje. Ze aten taart, praatte over alle kleine dingen en lachte omdat ze beide de prins van sneeuwwitje écht helemaal niks vonden.
En zo bleven ze zitten, dagen en nachten lang, misschien wel langer dan lang kan zijn.
Made by SoFia
*TIJD-STAREN (30/11/2011)
—————————————-
Roodkopje en de Broze wolf lagen aan de waterkant wat in de tijd te staren.
“Wie van ons zou nu het meeste tijd gestaard hebben ?” vroeg de Broze wolf na een tijdje.
“Ik” zei Roodkopje resoluut. “Want jij hebt net nog de krant gelezen als ik al aan het tijd-staren was”.
“Jaaahaaamaaar” verdedigde de wolf meteen “Jij hebt nog een stuk taart zitten eten als ik aan het staren was dus…”
“Trouwens die krant is eigenlijk ook een soort tijd-staren” vervolgde de wolf.
“Want je staart naar de dingen die in een tijd zijn gebeurd” vertelde hij er wat wijsneuzig achter.
“oww jij gaat er dus vanuit dat die dingen die jij aanstaart ook écht gebeurd zijn” prevelde Roodkopje tussen haar lippen en de grasstengel die ze tussen haar tanden had.
“Zélfs als ze niet écht zouden gebeurd zijn staar ik toch naar ze” zei de wolf wat vertwijfeld.
Roodkopje kwam nu recht zitten.
“Tja wolf, heeft het onechte dan wel een tijd? “ vroeg Roodkapje. En ze klonk al even vertwijfeld als de wolf.
“Als jij wat onechts verzint of fantaseert heb je daar toch tijd aan besteed” analyseerde wolf verder.
“Jahaa, maar bestaat er ook een tijd in het onechte, in de fantasie?” vroeg Roodkopje.
“Ik weet niet veel zei de wolf, maar ik weet dat in het onechte, in fantasie alles bestaat als je het maar wil” antwoordde de wolf.
“Ah, een beetje zoals in het echte leven dus ook” glimlachte Roodkopje.
“Koppie, zullen we tijd fantaseren?” vroeg de wolf al voor genietend.
Roodkopje vond dat wel een goed idee.
En zo aan de waterkant verzonnen ze tijd.
Trage tijd voor op mooie momenten, Straaljager-tijd voor al het vervelends. Lieve-tijd, schattige-wollige- tijd, tastbare-tijd (altijd handig om mee te nemen).
oversized -tijd of handige minitijdjes voor als je weinig tijd hebt. De wolf verzon anti-eet-grootmoeder-tijd en Roodkopje verzon glimlach-tijd. Samen verzonnen ze tong-uit-steek-tijd, kietel-tijd en maffe woorden-tijd.
Wolf bedacht handige-tijd en altijd-tijd-tijd en Roodkopje bedacht koek- en taarten-tijd.
Tegen de avond bedachten ze geniet-van-zonsondergang-tijd, soezel-zonder-te-hoeven-opstaan-tijd, zachte-tijd voor harde momenten, lig-nooit-meer-wakkertijd en schapen-die-zichzelf-tellen-tijd.
Na een tijdje waren ze wel wat uit-getijd.
“Over één ding ben ik nu wel zeker” zei Roodkopje, “Tijd bestaat ook in het onecht”.
“Misschien heb ik wel liever de onechte tijd dan wel de echte” ….“Maar ja…mag dat wel?” vroeg ze zacht.
De wolf keek even in een diep gedacht van zichzelf en over het water.
“Ik denk het wel Roodkopje” zei hij ernstig.
“Misschien moeten we daar maar even de tijd voor nemen om over na te denken”
“Hmmn “ zei Roodkopje “ welke tijd neem jij dan wolf?”
“Ik neeeeeemm…. ah, ik neem ‘bedenk-tijd’ “zei de wolf fier.
“Ohh “ zei Roodkopje, “die is leuk bedacht”.
En terwijl Roodkopje en de Broze wolf aan de waterkant de tijd bedachte, bedacht de tijd Roodkopje en de Broze wolf.
Made by SoFia
*BROZE WATERKANT (06/12/2011)
—————————————————–
Toen de Broze wolf en Roodkopje menig zonsondergangen en speelse waterkanten hadden gezien vertelde de Broze wolf op een dag nog eens over zijn zware dagen. En hoe moeilijk hij het vond die dan te dragen.
Roodkopje luisterde aandachtig, of dat probeerde ze toch.
Ze herkende wat de wolf vertelde en kwam dus meteen met een idee op de proppen.
“Misschien moet je iets maken om je zware dag in mee te dragen dan?” had ze voorgesteld.
Zelf had ze een keer een heel mooi trekwagentje gemaakt voor haar zware dagen. Het was een stuk makkelijker dan ze zo op je rug te moeten meezeulen.
Roodkopje was nog niet uitverteld of de Broze wolf was al druk in de weer hout te zoeken en een wagentje te timmeren.
En terwijl hij de wielen aan het bijschaven was vertelde hij hoe blij hij was met Roodkopje haar hulp.
“Voor mij was dat wagentje wel goed he, maar misschien…” vertelde Roodkopje, maar zoals gewoonlijk onderbrak de Broze wolf haar met al zijn enthousiasme en ging door over hoe hij de wielen zo stevig mogelijk zou kunnen maken.
Toen het wagentje af was stond de Broze wolf zo fier als een gieter naast zijn wagentje. “Zo, nu nog wachten op een zware dag” zei hij. “Hihi, je zou er haast op gaan wachten” gniffelde hij wat en begon wat te blozen omdat hij zo in zijn kaarten had laten kijken.
Een paar dagen later had de Broze wolf plots een zware dag te pakken.
“Roodkopje!” riep hij. “Het is zover! Een zware dag!”.
Roodkopje kwam meteen kijken. “Ohh ja, ik zie het, het ziet er inderdaad wel een erg zware dag uit” zei ze wat onder de indruk.
De Broze wolf tilde de zware dag op en liet hem in het wagentje ploffen.
Maar toen de Broze wolf met het wagentje op stap wou gaan en met Roodkopje in het bos wou gaan wandelen, kwam de wolf geen meter verder. De wielen kwamen niet door de mulle bosgrond en bleven achter alle takken en boomwortels hangen.
De Broze wolf wou niet meteen opgeven en trok dapper verder maar toen één van de wielen afbrak werd hij ongelooflijk kwaad.
“Gadver! Roodkopje, jij met je geweldige ideeën ook altijd!” riep hij. “Dit slaagt nergens op, het werkt niet!”
“Waarom heb ik naar jou geluisterd eigenlijk?!” snauwde hij. Hij tilde de zware dag uit het gebroken wagentje en liep het bos uit.
Samen met zijn zware dag ging hij aan de waterkant zitten. En hij begon te overdenken hoe dit nu mis was kunnen gaan. En hij bedacht dat Roodkopje aankwam met dat wagentje en hoe het haar geholpen had.
Maar ook dat Roodkopje er ook bij was als hij eergisteren zijn poot stootte aan de steen op het heuveltje. Ze had hem wat gevraagd en hij had omgekeken en zo zijn poot bezeerd. En ja nu hij verder dacht, Roodkopje was er ook bij toen hij ruzie had gekregen met de Das. Eigenlijk omdat Roodkopje de Das had verdedigd.
Roodkopje was er ook geweest als hij die ene nacht zo ziek was geweest. En had hij toen ook niet de koekjes gegeten die Roodkopje had gebakken? De broze wolf keek om zich heen.
Zag het water van het meer nu ook niet wat vuil? “Tss, dat komt natuurlijk omdat Roodkopje zijn t-shirt in het water had gewassen.“
En dat t-shirt zou niet vuil zijn geworden als zij geen slagroomtaartjes had gebakken” bedacht hij.
En kijk de lucht was ook niet meer zo blauw als vroeger. “dat is vast door al die baklucht van Roodkopje.” bedacht de wolf.
Hoorde de Broze wolf trouwens nu niet de vogels met hem mee twitteren, de wind bevestigend fluisteren?
Toen Roodkopje naast de wolf kwam zitten met vers gebakken koekjes om hem wat op te beuren begon de Broze wolf een hele uitleg te doen.
Over hoe ze minder koekjes moest gaan bakken, haar ideeën maar beter voor haar moest houden en nu hij er zo over nadacht voelde hij zich eigenlijk niet àltijd zo prettig bij Roodkopje
“Je hebt niet zo’n beste invloed op mij vrees ik” zei hij ernstig.
“Misschien moet jij maar es nadenken met wat je bezig bent en hoe dat komt” vervolgde hij.
“Al dat ‘gehelp” van jou…. zo kan ik toch niet mijn eigen weg zoeken”
De Broze wolf gaf Roodkopje een ei kadoo. Een ei vol met zijn bedenkingen over Roodkopje en haar invloeden.
Roodkopje was verschoten over zulke uitspraken en wist niet goed meer wat zeggen. Ze liep stil het bos in met het ei.
“Kijk,” ging de Broze wolf verder “zelfs de blaadjes vallen van de bomen als jij voorbij loopt”.
Roodkopje bekeek en bestudeerde het ei, stelde het vragen, maar ze kreeg geen antwoord.
“Wat moet ik nu met dat ei?” bedacht ze zich.
Meestal broed je eieren uit of eet je ze op. Een keer gooi ze ook wel kapot. Maar de eieren die je niet toebehoren zijn de lastigste wist Roodkopje.
Roodkopje stapte terug op de Broze wolf af.
“Ik wil niet ondankbaar zijn of van slechte wil, maar ik geef je ei terug wolf” “Ik kan er niet veel mee, het is jouw ei, niet het mijne. Het is aan jou om het uit te broeden of er wat mee te doen”.
Had de wolf willen luisteren naar Roodkopje, haar willen zien in plaats van enkel naar haar te kijken dan had hij geweten dat Roodkopje haar wagentje voor zware dagen diende voor op de zandpaadjes en niet in het bos, dan had hij geweten dat hij soms zelf onhandig was, gewoon té veel koekjes at, zelf ruzie zocht en altijd zijn t- shirt vuil maakte door zijn gulzigheid. Dan had hij geweten dat het water in de plas vuil was door Olifant die zich telkens daar kwam wassen en de blaadjes van de bomen vielen omdat het herfst was.
Nu zat hij daar wat alleenig met zijn eigen ei, nog overtuigd dat het voor Roodkopje was.
En zo zonder Roodkopje probeerde hij zijn dagen in te vullen, de blaadjes weer aan de bomen te kleven, het water te zeven. Hij probeerde zelfs zelf koekjes te bakken, maar hij beet er haast zijn tanden op stuk.
Toen hij een aantal dagen, of waren het nu weken, alleen was zag hij Roodkopje voorbij wandelen.
“Roodkopje..” riep hij zachtjes. “Geen zin in een koekje? zélf gebakken”.
Roodkopje sloeg het aanbod niet af. En aan de waterkant gezeten aten de Broze wolf en Roodkopje de koekjes.
En voor ze het wisten waren ze weer volop aan het praten en lachen.
“Dus….. die blaadjes moéten juist van de bomen?” prevelde de wolf en keek wat bedrukt naar zijn tube lijm.
En toen ze bijna tandpijn hadden van de Broze wolf zijn taaie koekjes zei Roodkopje voorzichtig:“Euhhhh….en laten we misschien ook beter doen waar ieder goed in is.? Ik maak eigenlijk liever koekjes van eigen deeg” lachte Roodkopje.
De Broze wolf glimlachte, maar vroeg zich dan ook af wat hij dan goed kon doen voor Roodkopje.
Roodkopje vertelde hem dat niemand haar zo kon doen lachen als hij. Zij nooit zulke leuke dingen zou kunnen vertellen als hij dat kon.
En zo spraken ze af, dat Roodkopje de koekjes zou bakken, de Broze wolf voor het lachen zou zorgen en de tijd voor al de rest.
Made By SoFia
*GEMBERKOEKJES (07/01/2012)
————————————————-
De Broze wolf lag in het gras aan de waterkant behoorlijk stil te wezen.
Roodkopje had al verteld over de renovatie van het snoephuis en over hoe de 7 dwergen met voetbal gewonnen hadden met 29-1 van de 7 geitjes, maar de Broze wolf had enkel maar even geknikt en ‘uhuh’ en ‘oww ja’ gemompeld.
En voor een Broze wolf is dat wel heel stil.
Roodkopje ging naast hem liggen en vroeg waarom ze haast de blaadjes van de bomen kon horen vallen.
“Omdat het winter is, dan vallen blaadjes van bomen” antwoordde hij.
Maar na de “duhhhh” van Roodkopje zuchtte hij eens diep en zei: “Ik heb gedroomd vannacht”.
“Ohhh” zei Roodkopje enthousiast “ Leuk!! vertel”
“Leuk, leuk,” knorde de Broze wolf. “Dromen waarvan je niet weet dat je ze aan het dromen bent zijn niet leuk. Nou ja, ze zijn wel leuk, maar als je wakker wordt is het niet meer leuk”.
Roodkopje keek de wolf wat verbaasd aan. “Waarover heb je dan gedroomd? Vroeg ze.
“Over Gemberkoekjes” zei de wolf stil.
“Ieeeee bah” zei Roodkopje vol afgrijzen. “Een nachtmerrie dus”.
“Een nachtmerrie!” riep de Broze wolf boos. “het was de heerlijkste droom die er bestond!” “Gemberkoekjes zijn fantastisch, ze zijn…”
De Broze wolf stopte zijn zin, de woorden kraakte in zijn keel en broze tranen sprongen in zijn ogen.
“Ik mis de Gemberkoekjes”. prevelde hij er achteraan.
Roodkopje kon geen Gemberkoekjes bakken. Wel karamel-, chocolade-, room-, confituur-, cocos- en zandkoekjes, maar geen Gemberkoekjes.
Want iedereen wist dat je nooit echt goed bakken kon wat je zelf erg vies vond.En ja Roodkopje vond Gemberkoekjes nu eenmaal erg vies.
De Broze wolf had al in heel het bos gezocht naar iemand die Gemberkoekjes bakken kon, maar niemand kon hem daarbij helpen.
9 sprookjesbossen verder, kon je heerlijke Gemberkoekjes krijgen. Maar de Broze wolf wist na zoveel tijd en zoveel reizen niet meer de weg naar dat bos. Hij wist niet eens welke kant het op was, hij wist niet eens de naam van het bos. Hij vroeg zich zelfs af of het bos wel een naam had.
Af en toe, twijfelde hij zelf aan zichzelf. Bestond het bos wel? En waren die Gemberkoekjes nu wel zo lekker?
Misschien had hij het wel zelfbedacht? Of gedroomd?
Maar als hij dan diep in zijn gedachten ging kijken vond hij steeds weer tussen wat losse herinneringen de smaak van Gemberkoekjes. En een smaak ligt nooit zomaar tussen herinneringen wist de wolf. Het moest dus wel waar zijn, het moest wel een herinnering zijn.
Roodkopje probeerde de wolf wat af te leiden met heerlijke chocolade en bessenkoekjes, maar het hielp allemaal niet.
“Kan je die Gemberkoekjes dan niet gewoon vergeten?” opperde Roodkopje.
“Alsof ik dat niet al lang geprobeerd heb” zuchtte de wolf.
“Ik heb gedachten aan Gemberkoekjes al een rotschop gegeven, achter de eik in een hele diepe put begraven, plat gestampt, meegegeven met de ganzen naar het zuiden, in een kistje gestoken en dichtgetimmerd, maar niets helpt” jammerde de wolf.
“Dan denk ik dat ik het vergeten ben, of beter gezegd dan denk ik juist niets, want als ik dat denk dan weet ik het weer. Vergeten is een woord dat eigenlijk niet eens bestaat. Als je weet wat je vergeet, dan weet je het weer he” ratelde de wolf verder.
“En dan zo plots, na heel lang niet denken aan Gemberkoekjes, dénk ik er wéér aan! Of ruik ik zomaar de geur, proef ik de smaak. En het ergste is dat als je net zover bent dat je Gemberkoekjes niet meer mist, je gaat dromen over ze. En tegen dromen valt niks te doen. gedachten kan je nog zachtjes toefluisteren, een klein zetje geven, zelfs wat negeren, maar dromen… die zijn onbestuurbaar..” zei de wolf. En hij klonk brozer dan broos.
“Ik hààt dromen! En ik hààt Gemberkoekjes!” riep de wolf kwaad en draaide zich om in het gras.
Na een tijdje werd Roodkopje het een beetje beu dat de Broze wolf niets meer wou doen.
“Als je zo blijft liggen dénk je alleen nog meer aan Gemberkoekjes” zei ze op een dag tegen de Broze wolf.
De Broze wolf werd eerst erg kwaad omdat hij nét de Gemberkoekjes wat ‘vergeten’ was en toen Roodkopje zei… maar hij besefte ook dat ze ergens wel gelijk had.
“Wat kan ik dan doen?” prevelde hij.
Roodkopje antwoordde hem dat ‘missen’ niet zo erg was en ook dromen niet. “Het wil zeggen dat wat je mist en waarover je droomt best mooi was of is” zei ze tegen de Broze wolf. “Ach, misschien waren die Gemberkoekjes niet eens zo lekker” zei de wolf dapper.
“Dat maakt op zich niets uit “ zei Roodkopje.
Zelfs als je dingen mooier en beter maakt dan ze in wezen zijn, dan nog kan je de gedachten eraan nog gebruiken”
“Gebruiken?” vroeg de wolf verbaasd?
“Jahaaa” antwoordde Roodkopje.
“Je kan gedachten, herinneringen, missen en dromen gebruiken om hele mooie dingen mee te doen”
“Oww ja?” vroeg de wolf. “Hoe zo?”
“Wel, als je bijvoorbeeld gedachten voorzichtig uitknijpt krijg je heerlijke druppels hartverwarming, als je herinneringen zachtjes opwarmt komt er een fantastische smaak vrij, missen kan je opkloppen tot een luchtige slagroomgevoel en als je dromen laat afkoelen verharden ze in caramelfantasie.” legde Roodkopje uit.
“En met die dingen kan je weer allerlei lekkere, boeiende, interessante en fascinerende nieuwe dingen maken” ging Roodkopje verder.
“Dus…. ik kan met mijn Gemberkoekjes missen en dromen wat nieuws maken?…. En wat dan?” vroeg de Broze wolf.
“Wat je zelf maar wil” antwoordde Roodkopje.
“Maar ik weet niets” mompelde de wolf wat bedremmeld.
“Tja” zei Roodkopje wat teleurgesteld “dan gaat al het mooie van je missen en dromen verloren….”
“Dus, wat ik maar wil he…..?”vroeg de wolf
En hij fluisterde zijn nieuwe idee in Roodkopje haar oor.
“Ohhh, wat een prachtig idee!” riep Roodkopje verheugd.
Made By SoFia
En als mooie begeleiding bij dit verhaaltje, het mooie leuke lieve liedje van de prachtige voorstelling ‘Na de pauze’ van Herman Finkers. Hoe zeg je dat?; Man van mijn hart? Man naar mijn hart?
…..’De hemel is iets achterhaalds, er wacht ons boven niets.
De hemel, wees nou eerlijk, is een verzonnen iets.’
‘De veertigste van Mozart en de liedjes van Jacques Brel
zijn ook ooit verzonnen’, zei ik, ‘toch bestaan ze wel.
Iets kan zijn verzonnen en daardoor juist bestaan.
Dat soms iets niet verzonnen is, neemt men zomaar aan.’
Dit lied is ook verzonnen en hoor hoe het bestaat.
Ik zing het graag omdat daarmee de hemel opengaat….
(‘daarboven in de hemel’ H. Finkers)
* DE BROZE WOLF EN ZIJN WOORDELOZE WOORDEN (21/02/2012)
——————————————————————————————————
Als Roodkopje op bezoek was bij Sneeuwwatje stuurde ze steeds kaartjes en brieven naar de Broze wolf.
Dan schreef ze hoe de prins van Sneeuwwitje weer zat te smakken aan tafel (iets waar Roodkopje overdreven allergisch voor was), hoe ze met Sneeuwwatje was gaan winkelen op de markt van Allaping. Hoe ze koffie hadden gedronken, waren gaan wandelen, koekjes van eigen en ander deeg hadden gebakken.
Met veel zorg zocht ze dan de kaartjes uit, schreef met haar beste pen.
‘s Avonds belde ze dan ook nog es naar de Broze wolf om meestal te vertellen wat er op haar kaartje en in haar brieven stond…
Maar als de Broze wolf naar de Geschoende kat ging hoorde Roodkopje nooit wat.
Geen kaartje, geen brief, geen telefoontje.
De wolf vond het beter zo.
“dan heb ik wat te vertellen als ik terug ben” had hij een keer gezegd.
“Hoef jij niet 4 x hetzelfde verhaal te lezen, te horen en te zien zoals ik “ had hij er wat achteraan gemompeld.
De Broze wolf had wel een punt (iets wat Broze wolven graag hebben, een punt), maar als hij terug in het bos was vertelde hij ook niet hoe het was.
Als hij dan Roodkopje tegen kwam, al dan niet ‘per ongeluk’ dan was hij wel enthousiast en een koekje sloeg hij nooit af.
Soms bleef hij dan dagen hangen aan de waterkant.
Maar soms was hij ook na een uur al weer weg.
En hoewel Roodkopje de Broze wolf nam zoals hij was, met al zijn komen en gaan. Toch kreeg ze het soms wat moeilijk met alle woordeloze woorden die hij telkens bij haar achter liet.
Het werden er zoveel dat Roodkopje op den duur niet meer wist waar met al die woordeloze woorden te blijven.
Af en toe schudde ze eens met een woordeloos woord om te horen of er wat in zat. Maar zoals iedereen weet, niets zo moeilijk om uit het woordeloze woord de betekenis te halen.
Dus uit angst wat waardevols weg te smijten hield ze alle woordeloze woorden van de Broze wolf bij.
Toen de Broze wolf op een dag met Roodkopje aan de waterkant zat vroeg Roodkopje wat de Broze wolf eigenlijk deed met al haar vragen die onbeantwoord bleven.
Hield hij die ook zo bij als zij al zijn woordeloze woorden?
De Broze wolf keek haar wat verbaasd aan.
“Onbeantwoorde vragen? Ik heb al je vragen beantwoord toch?” antwoordde hij met een vraag.
Nu was het aan Roodkopje om met een verbaasde blik de wolf te omhullen.
“Waar zijn die antwoorden dan?” vroeg ze wat bitsig. Er zeker van zijnde dat er geen antwoord aan haar donkerbruine ogen zou zijn ontsnapt. Roodkopjes zijn namelijk erg goed in antwoorden en woorden bijhouden. Er glipt er niet zo maar ééntje langs haar heen.
De wolf zweeg.
En weer rolde er een woordeloos woord van tussen zijn poten.
“En wat heb ik genoeg van jouw woordeloze woorden” riep Roodkopje nu wat bozig.
“Wat moet ik daar nu mee!”.
“Ah misschien moet jij daar eens mijn antwoorden in gaan zoeken he” riep de wolf nu wat bozig terug.
“Ohhh zooo, dat méén je niet he!” riep Roodkopje nu echt kwaad. “Jouw antwoorden zitten toch niet in al die woordeloze woorden van je!!! Moet ik daar tussen gaan zoeken?! Daar ben ik 5 jaar mee bezig”
“Tja “ zei de Broze wolf wat wijsneuzig “Heb je wat te doen he, En misschien ben jij niet zo goed in het lezen van woordeloze woorden, Da’s mijn fout niet he” En hij legde zich op zijn rug in het gras.
Roodkopje haar hoofd was nu bijna zo rood als haar haren.
Ze stond op en liep terug het bos in.
Een maal thuis graaide ze al de woordeloze woorden van de Broze wolf die ze zorgvuldig bewaard had en gooide ze buiten op één grote berg.
“Wie denkt dat Broze geval wel dat ie is! “ mompelde ze tussen haar tanden terwijl ze de lucifers pakte.
“Misschien ben jij niet zo goed in het lezen van woordeloze woorden” herhaalde ze kwaad en met een nagemaakt broze-wolf-stemmetje.
Ze wist natuurlijk ook wel dat je nooit zo kwaad werd om iets als het niet iets zei over jezelf.
En ja ze was inderdaad niet zo goed in het lezen van woordeloze woorden.
Roodkopje was verliefd op woordvolle woorden. Dat was haar ding.
En toen bleek dat de Broze wolf niet zo woordvol was had ze zijn leegte zelf wat ingevuld.
Maar daar was Roodkopje niet zo gek meer van. Ze had vroeger overal en van iedereen de lege woorden ingevuld en zo waren bepaalde sprookjes plots heel anders geworden dan ze in feite waren.
En niet iedereen was daar zo gelukkig van geworden.
Toen ze Lans en Mietje had verteld hoe zielig het was dat de heks zo alleen was en hoe gruwelijke ouders je wel niet moest zijn om zomaar je kinderen in het bos achter te laten hadden Lans en Mietje bijna hun ouders in plaats van de heks in de oven gestoken.
Of toen ze tegen Sneeuwwatje had verteld dat als je de mooiste bent van het land of je dan nog wel dat hele huis van de 7 dwergen moest gaan opkuisen? Vreselijk als ze weer terug dacht aan de ruzie die er ontstond tussen de dwergen en de heks om wie de giftige appel aan Sneeuwwatje mocht geven….
Gelukkig heeft ze haar eigen ingevulde woorden weer terug kunnen rechttrekken en leeg schudden. Is ze met Lans en Mietje en hun ouders rond de tafel kunnen gaan zitten en met de 7 dwergen en sneeuwwatje een intensieve groepstherapie kunnen aanvatten.
Maar vanaf die moment had Roodkopje zich voorgenomen wat voorzichtiger te zijn met het invullen van woordeloze woorden en de leegtes die tussen zinnen door wel es durft te zitten.
Maar met al die woordeloze woorden en de leegtes tussen de Broze wolf zijn zinnen door kon Roodkopje niets meer aanvangen.
Ze had er ook wat schrik van gekregen.
Stel dat ze het weer verkeerd ging invullen….
Dus wat kwaad en verdrietig stak ze al zijn woordeloze woorden in brand.
De woordeloze woorden knisperde en knetterde.
De Broze wolf die door het zien van de rookpluim kwam aanlopen riep verontwaardigd: “Wat doe je nou!”
“Ik had het koud” zei Roodkopje kwaad en met tranen in haar ogen.
Toen de wolf dichterbij was gekomen en haar tranen zag zitten vroeg hij waarom ze huilde.
“Ik huil niet” zei Roodkopje dapper. “Mijn ogen smelten gewoon een beetje van de warmte van het vuur”.
“En zijn dat niet de spiegels van je ziel, ogen” vroeg de wolf wat stil.
Roodkopje zweeg, ze besloot zelf eens een woordeloos woord te geven, een vraag woordeloos te beantwoorden.
“Mij woordeloze woorden zijn dan toch alvast warm he” glimlachte de Broze wolf.
Roodkopje glimlachte wat schoorvoetend terug.
“Ik ben gewoon niet zo goed in woordvolle woorden en ja ik laat veel leegte tussen mijn zinnen door.” ging de wolf verder.
“Maar ik wil niet invullen” zei Roodkopje wat moedeloos. “Ik word zo moe van invullen” prevelde ze er wat stil achter.
“Maar dat moet toch ook niet” antwoordde de wolf.
“Soms zijn woorden ook het mooist als je ze leeg laat, invulbaar. Zo kan het alles zijn, of niet zijn.”
“En daarbij, het gaat toch niet om invullen, maar om aanvullen” zei de wolf.
“En dat doen wij toch, elkaar aanvullen? Juist in het zo anders zijn. Jij vult mijn woordeloze aan met al jou woordevolle. En ik vul je woordevolle wat weer aan met de het woordeloze….” vulde de wolf aan.
“Hoe kom jij ineens zo wijs” antwoordde Roodkopje en gaf de wolf een speelse por in zijn wolvenzij.
“ahh komt vast door jou he” grinnikte de wolf en trok aan de rode lokken van Roodkopje.
Al lachend liepen ze achter elkaar aan naar de waterkant.
Toen ze, leunend tegen elkaars zij , aan de waterkant zaten zei de Broze wolf na een tijdje: “Weet je Roodkopig ding, ik besef het niet altijd zo zelf meteen en ik laat niet zoveel van me horen maar …ik dénk wel aan je”
En Roodkopje wist niet zeker of de wolf dat nu luidop had gezegd of niet, maar ze glimlachte en besloot een keer te zwijgen.
De lucht en het hart zat vol opgebrande en brandende woordeloze woorden en dat was voor nu meer dan genoeg.
Made by SoFia
*OVER DE GRENS (22/03/2012)
———————————————
De eerste lentezon rolde als een goudgele bal door de lucht en dag.
De zondag lag voor de voeten van de Broze wolf.
Roodkopje kwam vrolijk aandrentelen.
“Kom op wolvenkop, we gaan wandelen, het bos in en daarna gaan we om ter eerste naar het snoephuis rennen en achter de oude eik over de 78 paddenstoelen springen!” ratelde ze enthousiast.
“Ik denk dat ik liever gewoon wat aan de waterkant blijf liggen kopje” antwoordde de wolf.
Maar Roodkopje was duidelijk niet van plan het daar bij te laten en trok aan de wolf zijn arm. “Aleeeeeeeee, toe nou!” riep ze en keek hem met donkerbruine roodkoppige ogen aan.
En omdat de Broze wolf te breekbaar was voor Roodkoppige ogen ging hij toch maar mee.
Na het wandelen opperde de wolf dat hij nu terug naar de waterkant ging. “Neeeeeheeee, geen race naar het snoephuis, laat staan die 78 paddenstoelen” zei hij al lichtelijk uitgeput.
“agos jankerd!” snauwde Roodkopje wat teleurgesteld. “Dat sprintje naar het snoephuis kàn jij toch nog wel, of ga je zeggen dat je te slap bent haha” lachte Roodkopje.
De Broze wolf was op die moment ook te slap, maar als je nu één ding niet moet zeggen tegen brozen wolven is dat ze zijn wat ze zijn. Broos.
Hij wikkelde zijn broos-zijn in tientallen stoere woorden en liep in een wat moeilijke hink stap sprong naar het snoephuis.
Roodkopje die natuurlijk als eerste aankwam stond te lachen met het wat rare huppeltje van de Broze wolf.
“En nu de 78 paddenstoelen!” riep Roodkopje terwijl ze al naar de eerste paddenstoel rende.
“Ik…. ka….nie….padde…. moet … stoel… hebben” krochten de uitgeputte wolf.
“euhhhh… wat zeg je?” vroeg Roodkopje wat verwart.
“Die rotpadde…mag je … op… stoelen…” kraakte de wolf snakkend naar adem.
“Wat is ‘opstoelen’?” vroeg Roodkopje wat verbaasd.
De Broze wolf kon geen woord meer uitbrengen maar gelukkig spraken zijn ogen nog wél.
En Roodkopje wist wat die blik wou zeggen. Er was wat.
Ze voelde zich wat dom want ze wist niet wat ‘opstoelen’ wou zeggen en ze kreeg het idee dat ze dat dus wél moest weten.
De Broze wolf plofte neer op de eerste beste paddenstoel en bleef over het roodgestipte ding hangen als een jas over een arm.
Maar Roodkopje die nog steeds niet wist wat er aan de hand was dacht dat de wolf een poging deed om over de paddenstoel te springen en gaf een duw tegen zijn wolvenkont.
De Broze wolf stuikte met een dreun van de paddenstoel.
“Gadverrrrrr!” riep de wolf klagend kwaad. “laat me nou toch even op die paddestoel!”
“ahhh, dat is dus ‘opstoelen’…” prevelde Roodkopje zachtjes.
“Opstoelen?” snauwde de wolf “wat loop jij nu weer te raaskallen!”
De Broze wolf was moe, had pijn en was daarom erg snibbig en boos. Boos op Roodkopje omdat die hem had aangezet om te gaan wandelen en rennen en springen.
En dat vertelde hij ook tegen Roodkopje. Nou ja… vertellen….hij braakte het uit als een uilenbal.
“Allemaal jouw schuld!” kloeg hij en keek als een klein mokkend wolvenjong van haar weg.
Roodkopje zei niets en liep terug het bos in.
“Jahaaaa, loop nou maar weg he. typisch!” riep de wolf haar nog na.
Roodkopje liep haar huis in en begon te rommelen.
Ze keek in de koekjestrommel, de ladekast, onder de mat, tussen de kussens van de bank, in schoenendoos 24, achter de choco-pot, onder de vorken, tussen bladzijde 67 en 68 van haar lievelingsboek, in haar winter-sokken, boven en onder de onder-hemdjes en achter de foto van haar oma die aan de muur hing. (De foto, niet de oma.)
“waar heb ik dat nou gelaten he” zuchtte ze terwijl ze voorover gebogen in de rieten mand vol tijdschriften zat te graaien.
“ahhhhh!” riep ze plots verheugd, haar haren verwart en haar jurk in 80 kreuken geplooid. “ik heb het!”.
En ze hield een mooi roodfluwelen zakje in de lucht.
De Broze wolf die ondertussen tot aan het huis van Roodkopje was geslenterd stond in de deur opening en begon al meteen weer te klagen over hoe Roodkopje niet dit en niet dat had mogen vragen.
Maar Roodkopje onderbrak hem met een; “Hou nou toch es op met janken, klaagblok!”
“ Ik heb wat voor je” zei ze fier en hield het zakje voor de wolf zijn neus.
“Zijn het Gemberkoekjes?!” riep de wolf verrukt.
“Das lief had je niet moeten doen, t is je al lang vergeven hoor” klepte hij terwijl hij het zakje open maakte.
“Chocoladekoekjes of caramelbollen zijn ook al goed, ben ik ook blij mee” ratelde hij verder.
“uh?!…. wat is dit?” vroeg de wolf toen hij een paar fijne zilveren lijntjes uit het zakje haalde. “Nieuwe snoepstokjes?” en hij stak een lijntje in zijn wolvenbek om te proeven.
“eeihhhhh, wat vies! Het smaakt naar stoplijm”.
Roodkopje antwoordde de wolf dat de lijntjes niet diende om op te eten.
“Het is een zakje vol grenzen” zei ze deftig.
“Grenzen?, wat moet ik daar nu mee” vroeg de wolf wat teleur gesteld dat het geen lekkerbekkig iets was.
“Die grenzen kan je trekken of nemen.” ging Roodkopje verder.
“Kijk maar”. En ze pakte een fijn lijntje en trok het tot een lange grens. Ze legde de grens voor zich neer.
“Mooi trucje hoor, prachtig grensje, maar wat is daar nu zo bijzonder aan?” vroeg de wolf.
Roodkopje vroeg de wolf om eens te proberen over de grens, die ze had gelegd, heen te stappen.
De Broze wolf probeerde over, onder, langs en boven de grens te komen. Maar wat hij ook probeerde, het lukte niet.
“Hoe kan dat nou?!” riep hij.
“ahhh,” zei Roodkopje “ik heb mijn grens getrokken. Het is tot hier en niet verder. én het is ook duidelijk voor iedereen, iedereen kan mijn grens zien, horen of voelen, want ik heb ze aangegeven”
De wolf keek haar verweesd aan, niet helemaal vattend wat Roodkopje hier nu mee bedoelde.
“Dat had jij daarstraks dus moeten doen, je grens trekken” ging Roodkopje verder. “je had duidelijk moeten aangeven dat je niet wou of verder kon”.
De wolf verzette zich en zei: “jaahaaaa maaaar jij vroeg me mee en jij trok aan mijn arm (wat trouwens ook al pijn deed, maar dat zette hij tussen haakjes).
Roodkopje glimlachte “Het is natuurlijk makkelijk andere de schuld te geven, maar niet als je zelf niet eerst duidelijk bent geweest en je grens niet hebt getrokken. Als je dat wél had gedaan dan had ik niet eens aan je arm kunnen trekken”.
“Oké, oké,” zei de wolf wat geïrriteerd “geef maar hier dat zakje met grensgevallen”.
De volgende dagen gebruikte de Broze wolf zijn grenzen te pas en te onpas.
Hij wou niet gaan wandelen omdat hij te moe was, hij wou de was niet ophangen omdat zijn armen en schouders te veel pijn deden.
Oké, dat begreep Roodkopje nog wel.
Maar dat hij een vraag niet wou beantwoorden omdat hij daar geen zin in had, het eten niet wou klaarmaken omdat HIJ geen honger had. De afwas niet wou doen omdat hij dat niets voor wolven vond, dààr kreeg Roodkopje meer en meer moeite mee.
Maar als ze er wat van zei schudde de Broze Wolf met het zakje grenzen. “Tja, je hebt zélf gezegd dat ik mijn grenzen moest trekken he” antwoordde hij dan wat wijsneuzig zoals alleen een wolvenneus wijzig kan zijn.
Toen Roodkopje op een mooie lentedag mee aan de waterkant wou komen liggen, aan de Broze wolf vroeg om wat op te schuiven en deze weer met dat zakje grenzen kwam aanzetten, had ze er genoeg van.
“Ik denk dat het tijd is om het zakje met grenzen aan me terug te geven” zei ze tegen de Broze wolf.
“Oww zo, jij bent mooi jij.” zei de Broze wolf. “Je geeft me wat en daarna ga je het terug vragen! Fraai!”
“Ik heb je het zakje met grenzen gegeven, maar dat wil toch niet zeggen dat je al mijn grenzen moet opgebruiken!” antwoordde Roodkopje wat krikkel.
“Straks is het zakje leeg en ben ik grenzeloos!” ging ze verder.
“Gegeven is gegeven” zei de wolf streng en hield het zakje grenzen dicht tegen zich aangedrukt.
“Wolf, ik wil dat zakje grenzen toch heel graag terug nu” en Roodkopje stak haar hand uit om de grenzen in ontvangst te nemen.
Maar de Broze wolf weigerde het zakje grenzen terug te geven.
Erger nog, hij hield het het zakje voor Roodkopje en net als ze het wilde pakken trok hij het de lucht in.
Roodkopje werd nu echt heel kwaad en probeerde het zakje grenzen bij de wolf terug te grijpen.
De Broze wolf maakte er een gemeen spelletje van en begon Roodkopje vreselijk te jennen.
En plots was Roodkopje zoooo kwaad dat ze de wolf een duw gaf en deze met een geweldige plof op de grond viel.
Met onder zich het zakje grenzen.
“Wat doe je nou” riep de wolf wat onthutst terwijl hij weer recht krabbelde.
Roodkopje die het zakje grenzen van de grond had opgeraapt snikte het uit “kijk hier, je hebt al mijn grenzen stuk gemaakt!” en ze schudde het zakje gebroken grenzen op de grond uit.
De Broze wolf schrok maar verweerde zich met een: “tja, had jij me ook niet moeten duwen he.” maar hij slikte zijn woorden terug zijn wolvenkeel in want de ogen van Roodkopje spraken meer dan 1000 woorden.
Het was warm in de ogen van Roodkopje, wat zeg ik, het was heet, zinderend heet. Zo heet als bliksem en vuur alleen kan zijn.
De Broze wolf wou zich niet aan Roodkopje haar ogen verbranden dus probeerde hij die wat te blussen met een : “misschien heb je ook geen grenzen nodig he. Als je geen grenzen hebt kan er ook niemand over heen he, ook jij zelf niet”
Maar de ogen vlamde nog steeds. Ze zweeg, draaide zich om en liep naar het bos haar huis in.
De volgende dag klopte de Broze wolf voorzichtig op de deur bij Roodkopje.
“Mag ik binnen komen?” prevelde hij voorzichtig.
Roodkopje deed zonder wat te zeggen de deur open en liet de Broze wolf binnen.
De Broze wolf had een Roodfluwelen zakje in zijn handen.
“Roodkopje, je moet je geen zorgen maken want…” begon de wolf.
Maar hij kon zijn zin niet afmaken.
“Zorgen maken?!” riep Roodkopje kwaad. “Zie ik er uit alsof ik me ‘zorgen maak he?!” En ze werd kwader met het woord dat uit haar Roodkoppig hoofdje kwam.
“Wààr héb jij het toch over! Ik mààk me ook geen zorgen, ik ben alleen àl mijn grenzen kwijt en dat allemaal omdat ik jou wou helpen!!!” Riep ze nu zo hard dat al haar woorden buiten hun zinnen traden.
“Maar ik heb dat niet gevraagd he” mompelde de wolf wat bedremmeld. “Misschien ben jij zo ook wel over je grens gegaan, door mij te willen helpen” prevelde hij verder.
En toen hij zag dat wolkjes hete lucht, ook wel eens stoom genoemd, rond het hoofd van Roodkopje zweefde, probeerde hij het nog eens met een : “maar je moet je geen zorgen maken, echt niet want..”
“Als jij nog één keer zegt dat ik me geen zorgen moet maken dan ga ik gillen” riep ze zo hard dat de woorden tegen de muren van haar huis stuk vlogen.
“En nu wil ik dat je gaat!!!” en ze hield de deur open.
De Broze wolf liep snel het huis uit. Als hij ergens een hekel aan had waren het wel gillende Roodkopjes. Iedereen wist dat zulke gillen wel een week lang in je oren konden blijven zitten!
Hij moest er niet aan denken.
Roodkopje sloeg de deur zo hard dicht dat je het 54 sprookjesbossen verder nog kon voelen.
En toen zag ze het zakje liggen dat wolf net in zijn handen had.
Het was het zakje van haar grenzen.
Ze deed het zakje open en schudde het voorzichtig leeg op haar tafel.
Tranen sprongen in haar ogen, nu niet van woede maar van ontroering.
Want op haar tafel lagen haar terug in elkaar geknutselde grenzen, zorgvuldig terug in elkaar gezet. Sommige wel met honderden kleine stukjes weer aan elkaar geplakt. Hier en daar een beetje schots en scheef. Hier en daar hingen dikke druppels opgedroogde lijm. Maar het was fantastisch. Nog nooit had iemand zoveel moeite gedaan voor haar.
Roodkopje liep naar de waterkant, ging naast de Broze wolf zitten en zag hoe zijn handen helemaal vol schrammen en lijm zaten.
“Het euhhh… het is wel erg lief wat je gedaan hebt met mijn grenzen, dat was vast wel wel erg veel werk” zei ze zachtjes.
“ach, das graag gedaan. En wat is een nachtje werken he” antwoordde de wolf wat stil.
“ik had misschien ook niet zo met je grenzen moeten spelen he…” ging hij verder.
“En ik had misschien niet meteen àl mijn grenzen aan jou moeten geven…” antwoordde Roodkopje.
De Broze wolf vroeg of de grenzen nu terug bruikbaar waren.
Roodkopje dacht dat het beter was om de herstelde grenzen voorzichtig te behandelen en deze nog wat te laten drogen in de zon.
“Maar, wat doen we nu zo zonder grenzen?” vroeg de wolf.
Roodkopje legde de wolf uit dat je altijd nieuwe grenzen kan maken uit hart- en ziel-spinsels.
“Goed samen rollen tussen je handen tot een dun fijn lijntje… kijk zo… en dan…..goed laten hard worden door tijd en zon. Voilà” demonstreerde Roodkopje.
En zo bedachten en sponnen Roodkopje en de Broze wolf hun grenzen.
En toen de grenzen lagen te drogen in de zon en tijd en ze in afwachting aan de waterkant in het gras lagen te rusten bedacht de Broze wolf dat ze nu beide eigenlijk tijdelijk ‘grenzeloos’ waren.
“dus ik kan nu eigenlijk doen bij jou wat ik wil, je hebt geen grenzen en ik ook niet” grinnikte de wolf wat geniepig.
Roodkopje keek hem wat bedenkelijk aan, haalde de grasstengel van tussen haar tanden en zei: “ik lig hier nu even te rusten he wolvenkop, geen gekke dingen alsjeblief.”
Maar grenzeloze wolven hebben daar geen oren naar, hij sprong bovenop Roodkopje en begon haar vreselijk hard te kietelen.
“Stop! Stop ,hahaha stoooooooooop! niet doeeeeeeeeen hahahaha ik kàn niet meer hahaha, ale, stop!!!” schaterde Roodkopje het uit, terwijl de tranen van het lachen over haar wangen rolde.
“Dat zal niet gaan, ik heb geen grenzen meer en jij ook niet nenenenenene” grinnikte de wolf en ging verder met het afkietelen van Roodkopje.
De avondlucht vulde zich met Roodkoppige lachjes, Broze gniffeltjes en een grenzeloze vriendschap.
Made By SoFie
*DE BROZE LENTE (03/04/2012)
—————————————————–
Kaartje “Lente” Made By SoFia
Plots zag Roodkopje door haar gesloten ogen heen een schaduwkant.
Ze lag aan de waterkant wat te rusten en wist zonder haar ogen open te doen dat die schaduwkant Broos was.
“Wooolllfff, ga even opzij joh, je staat in mijn zon” prevelde ze tussen haar tanden.
De Broze wolf trok de grasstengel tussen de tanden van Roodkopje uit en begon enthousiast aan zijn verhaal.
“Koppie, het is bijna Pasen hè en ik zou zo graag Paaseieren rapen”
Roodkopje deed nu haar ogen open.
“Jij wil wat?” vroeg ze .
“Paaseieren rapen” antwoordde de wolf die nu naast Roodkopje was komen liggen.
“Ben je daar niet wat te groot voor geworden?” glimlachte Roodkopje.
De Broze wolf opperde dat hij er ook niet kon aan doen dat hij gegroeid was en dat hij het eigenlijk zelfs vrij discriminerend vond dat de 7 dwergen van Sneeuwwatje nog wél klein waren en bleven.
En hij bedacht zich of zij dan nog wel klein genoeg waren om Paaseieren te rapen?
“Ik bedoel, ben je niet te oud voor nog Paaseieren te rapen”? verbeterde Roodkopje zich zelf.
“Tsss, de 7 geitjes zijn ook al 295 jaar en ik wéét dat zij wél paaseieren mogen rapen” mopperde de wolf.
“Jij bent 305, wordt het geen tijd dat je volwassen gaat worden” antwoordde Roodkopje.
“Eihhhh” kirde de wolf het nu uit en en liep naar het water.
“Wat heb ik een hékel aan die woorden!” vervolgde hij en herhaalde met een toneelstemmetje de zin terwijl hij kiezelsteentjes over het water ketste
Roodkopje was recht komen zitten. “Serieus wolvenkop, Paaseieren rapen is voor kleintjes. Enkel daar komen de Paas -klokken, -hazen en -vossen nog voor”.
“Ja maar ik had zo’n ideetje” antwoordde de wolf.
Roodkopje keek bedenkelijk, o wee als Broze wolven een ‘ideetje’ hebben.
“Ik dacht namelijk dat jij lekkere chocolade eieren kon maken en euhhh..; misschien ook zo van die Paaskoeken…. je weet wel met zo’n lintje om in de bomen te hangen..; en ehhhh paasschuimpjes, zo’n roze, gele en witte…. guimauvekes noemen ze dat… hmmm ja….. En oeeeh, kan je dan ook zo van gekleurde stippeltjes in de chocolade eieren steken, dan rammelen ze zo” en de wolf schudde met zijn hand alsof er al een ei inzat.
Roodkopje antwoordde dat ze wel chocolade eieren en koek kon maken, maar veel gezoek voor de wolf was er dan ook niet bij.
De wolf legde uit dat Roodkopje al dat lekkers moest gaan verstoppen, de wolf niet mocht kijken en hij daarna alles mocht gaan zoeken en bijeenrapen in een mandje.
“Je denkt toch niet dat ik al dat werk ga doen omdat jij als een klein kind zo hoognodig eieren wil gaan zoeken” antwoordde Roodkopje. “Weet je trouwens wel waar Pasen vandaan komt?” vroeg ze schooljuffrouw -achtig.
“Pfff, één of andere dode Harry die weer levend werd of zo” antwoordde de wolf wat ongeïnteresseerd.
Maar plots zag hij zijn kans schoon en wreef onder Roodkopje haar neus dat die beruchte man ‘volwassen’ was en toch ook over water ging hotsen, weer ging opstaan van de doden en met broden en vissen ging spelen.
“Is dat iets waar een volwassen man zich moet mee bezig houden dan, hè?” vroeg de wolf wat wijsneuzig.
“Ah nee hè, maar die man was niet te beroerd zich wat te amuseren, waarom mag ik dat dan niet?” ging hij verder.
Roodkopje wou een hele uitleg gaan doen over verhalen en dubbele bodems, maar bedacht zich. Ze had geen zin om een discussie aan te gaan, ze wou lekker in de zon liggen.
“Trouwens het woord Pasen komt van Pesach en dat heeft wat te maken met een tienden plaag die over Egypte heerste” zei ze erachter.
“Euhhh, dit is Egypte niet en als die plaag chocolade eieren inhoudt, laat dan maar komen!” gniffelde de wolf en drentelde als een klein kind langs de waterkant.
“nee man, het was de bevrijding van die plaag die ze dan gingen vieren…. “ antwoordde Roodkopje nu wat lichtelijk geïrriteerd omdat de Broze wolf steeds in haar zonlicht huppelde.
De wolf opperde dat als die egyptenaren of wie dan ook Pasen wél mochten vieren waarom hij dat dan niet mocht.
“we moeten de lente toch vieren, de bomen die in bloesem gaan staan, bloemetjes in bloei,de vogels die hun eieren gaan leggen” zei de wolf lyrisch.
“ja en dan mag ik chocolade eieren gaan leggen zeker” antwoordde Roodkopje wat smalend. “Zie ik er misschien uit als een vogel of kip?”
“Na ja, je kan soms wel al kakelen als een kip” grinnikte de wolf die zich daarna nog net kon bukken voor een dikke kiezelsteen te ontwijken die uit de richting van Roodkopje kwam.
De Broze wolf ging weer voor Roodkopje staan met “Pleeeeeeeeeaaaaaaaaaaaaassssssssssssssse”.
Roodkopje wist dat als Broze wolven iets in dat wolvenhoofd hadden je het er toch niet uit kreeg en ze zo ook nooit rustig in de zon kon liggen, en ze gaf uiteindelijk toe.
In haar huis gingen de wolf en Roodkopje aan de slag met eieren , koek en guimauvekes maken.
Nou ja, Roodkopje toch. De wolf liep meer te klieren en overal zijn dikke klauw in te steken om te ‘proeven’.
“Gezellig toch hè” vroeg hij met fonkelende oogjes.
Roodkopje moest toe geven dat het wel wat had, vooral al ze zag hoe opgewonden en blij de wolf was.
“Dit noemen ze dan ook ‘voorgenieten’” zei de wolf enthousiast.
“En ik ben er nog steeds niet uit wat ik het leukst vind” ging hij verder. “het voorgenieten of genieten zelf”. En hij wreef vol genoegen in zijn handjes.
Roodkopje glimlachte en voelde een warme zweem van genot langs haar heen waaien.
Toen de chocolade eieren hard waren (hier en daar stonden afdrukken van wolvenpoten in omdat de wolf om de 2 minuten wou gaan voelen of ze al goed waren), de koeken afgekoeld en de guimauvekes opgesteven, was alles klaar om verstopt te worden.
“Moet je nu geen 2 hazenoren op?” vroeg de Broze wolf giechelend.
Roodkopje die met haar mandje vol lekkers net naar buiten wou gaan keek hem met een vurige vernietigende blik aan.
“ik kan die eieren natuurlijk ook aan de 7 geitjes gaan geven hè” antwoordde ze.
De wolf zweeg en beloofde plechtig niet te kijken.
Roodkopje deed voor alle zekerheid haar gordijntjes dicht en ging buiten in het bos alles verstoppen, hangen en leggen.
Even later, toen alles verstopt was, mocht de wolf naar buiten.
En met het mandje van Roodkopje liep hij op zijn tippen door het gras alsof op elke vierkante centimeter een eitje zou liggen.
Roodkopje grinnikte en genoot van hoe enthousiast de wolf was als hij een ei, koek of guimauveke had gevonden.
En om het feest nog wat langer te laten duren pakte ze zo af en toe, als de wolf niet keek, een ei dat de wolf al had geraapt uit het mandje en verstopte het terug.
Toen alle eieren waren geraapt (1 of 2 maal)en ze wat lagen na te genieten aan de waterkant zuchtte de wolf “zooo leuk!….. alleen zo jammer dat het al over is…… kunnen we het niet nog es doen? gewoon alles nog een keertje verstoppen?”
Roodkopje wou eerst zeggen dat het een absurd plan was maar voelde zo diep binnenin een Paaskriebel.
“Ach weet je wat, laten we dat gewoon doen!” riep ze enthousiast.
De Broze wolf kon zijn oren amper geloven en was door het dolle heen.
“Je vindt het ook leuk he”zei hij terwijl hij Roodkopje in de zij porde. “Geef maar toe”.
“Moet jij niet aan de waterkant wat over het water gaan turen zodat ik die eieren kan verstoppen of hoe zit het” glimlachte Roodkopje.
En zo herhaalde het hele raap en zoek festijn zich voor en tweede keer.
Even overwogen ze een 3de keer maar het begon al te schemeren.
Toen ze in het avondrood aan de waterkant lagen en de wolf voor de 4de keer zijn buit aan Roodkopje liet zien reageerde Roodkopje plots wat krikkel.
“jahaaaa, ik weet het nu wel, jij hebt allemaal paaseieren enzo mogen rapen. Fijn voor je, maar ik heb hard moeten werken.”
“Ik heb daarvoor ook al 20000 keer bedankt hè” antwoordde de Broze wolf.
“Wil je misschien ook een eitje of zo, neem maar hè” ging hij verder.
“Nee dank je, het zijn jouw eieren, jij hebt ze geraapt”. antwoordde Roodkopje.
De wolf vroeg Roodkopje of ze misschien wat jaloers was en ze graag ook Paaseieren had gezocht.
“Ben je gek, weet je wel hoe oud ik ben, dan zoek je geen Paaseieren meer”
Toen de wolf haar vertelde dat hij volgens haar ook te oud was voor zulke dingen maar hij vreselijk blij was en genoten had van heel het Paasgebeuren antwoordde Roodkopje:
“Ik wil nu graag wat gaan rusten. Dus slaapwel en tot morgen.” en ze liep naar haar huisje.
De wolf begreep eerst niet waarom Roodkopje plots zo vervelend reageerde. Dus ging hij even diep in zichzelf kijken wanneer hij zo vervelend reageerde.
Als hij zijn zin niet kreeg, vervelende klusjes moest doen, hij niet in slaap kon geraken (maar dat telde niet mee want dan deed hij vervelend tegen zichzelf), als hij pijn had of…. als iemand iets had gezegd dat waar was maar dat hij niet wou toegegeven.
Dat laatste kwam van vorm het beste overeen met dat van Roodkopjes reactie.
Toen Roodkopje in haar bedje lag voelde ze zich wat alleenig.
wat ze vreemd vond want ze lag meestal alleen in haar bed maar dan had ze dat gevoel niet.
Als ze heel eerlijk was had ze inderdaad ook graag Paaseieren gezocht, had ze ook graag gehad dat iemand dat voor haar had gedaan. “Maar ja, Roodhoofd vond dat weer te kinderachtig” zei ze luidop tegen zichzelf.
En ze schoot haast in de lach want in al haar pogingen volwassen te zijn lag ze nu maar mooi met het meest kinderachtige gevoel in bed.
Toen ze de volgende ochtend wakker werd en haar schoentjes wou aantrekken schrok ze zich wezenloos.
want in haar schoenen zaten 2 chocolade ventjes die als je heel goed keek een Sint en zwarte piet moesten voorstellen. Naast haar schoenen stond een nieuw en prachtig gevlochten mandje en rond haar schoenen lagen nog wat letterkoekjes in de vorm van ‘ROODKOJE’. En ze wist meteen dat dit het werk was van de Broze wolf. Die had natuurlijk niet van de koekjes kunnen afblijven de ‘P’ opgegeten.
Ze liep naar de waterkant en zag daar de Broze wolf liggen die een verwoede poging deed om zo onschuldig mogelijk te kijken.
“Kijk wolf, Sinterklaas is bij mij geweest” glimlachte Roodkopje.
“oww zoo, ik dacht dat die alleen maar bij kinderen langs kwam” antwoordde de wolf met zijn lippen geteut als een deftig meneertje.
“Misschien ben ik ook nog wel af en toe een heel klein beetje veel een kind hè…” grinnikte Roodkopje en zette zich naast de wolf.
“hèhè eindelijk!” riep de wolf “ga je nu ophouden met al dat ‘ik-ben-volwassen-gedoe’”
“Nee” antwoordde Roodkopje “maaaaar, ik ga ook wel het kind in mij bewaren”.
Toen ze had uitgelegd aan de wolf dat ze geen écht kindje in haar had en nee dat er geen klein Roodkopje bij kwam maar ze het gevoel van kind-zijn bedoelde keek de wolf blij en tevreden over het water.
“Trouwens wel ergggg vroeg voor Sinterklaas om zo langs te komen hè” zei Roodkopje.
“Jahaaa, maar das een speciale Sint hè” antwoordde de wolf “Een lente-Sint, dat is dan ook de beste Sint die er is hè” ging hij verder.
Roodkopje beaamde dat volmondig.
“Je hebt nog een stukje ‘P’ aan je mond hangen Lente-sint” grinnikte ze.
Toen de Broze wolf aan Roodkopje vroeg om verstoppertje te spelen antwoordde ze dat hij nu ook niet moest overdrijven met het ‘kind-zijn-gevoel’.
Maar voor ze uitgesproken was hoorde ze al ver in het bos: “ tot 100 tellen oké?”
En tot ver in de lenteavond hoorde je niet alleen de vogels zingen maar ook “wie niet weg is gezieeeeeeeennnnn”
Made By SoFia
DE BROZE WOLF EN ZIJN FILOU-SOFIE (04/05/2012)
———————————————————————————
De Broze Wolf (broche) Made By SoFia
“Zou hij goed over het gras rollen?” vroeg de Broze Wolf aan Roodkopje terwijl hij naar de zon wees.
Roodkopje, die naast de Broze Wolf in het gras wat van diezelfde zon lag te genieten, had haar ogen dicht.
“Wat goed over het gras rollen?” mompelde ze; “Je bedoelt toch niet mij he Wolf,
ik lig goed en ik ben niet ‘rolbestendig’ vandaag”
“neeheeee…..ik bedoel die daar, die gele bal” en de Wolf wees nog een keer naar de zon.
Roodkopje keek de Broze Wolf bedenkelijk aan.
“Zonneklopje gekregen van die gele bal daarboven?”
“Of zou hij gaan stuiteren?” ging de Broze Wolf onverstoord door.
“Misschien spat ie wel uiteen als je er tegen aantrapt… zou ook kunnen”
Roodkopje legde haar hand op het hoofd van de Wolf. “Je voelt wel warm aan Wolf, misschien ben je ziek”.
“Ziek? waarom? Omdat ik wil gaan voetballen met die gele knikker die in de lucht hangt?”
En hij draaide zich op zijn zij naar Roodkopje toe.
“Heb jij dat dan nooit, dat je de lucht in kijkt en je afvraagt wat je bijvoorbeeld zou kunnen doen met de zon?”
Roodkopje keek nu nog bedenkelijker “euhhh… ja, er in gaan liggen”
Dat vond de Wolf een mooie en begon meteen te verzinnen hoe een leuk bed de zon niet zou kunnen zijn.
“Hihi, kan je in slaap rollen…. of euhhh, je kan de zon ook als hangmat gebruiken”
Roodkopje onderbrak de Wolf en legde hem uit dat ze in de zon liggen niet letter bedoelde maar zoals in het gras liggen en genieten van de zon.
“je bedoelt dus ‘onder’ de zon liggen” zei de Wolf nu wat puntjes op de i- erig.
“ja dat bedoel ik ja” antwoordde Roodkopje wat snibbig.
“Het lijkt me een stuk logischer dan met de zon te willen gaan voetballen he Wolf”
“Tja, wat is er eigenlijk logisch, ‘t is maar hoe je het bekijkt he” antwoordde de Wolf
“logisch is dat de zon een gigantisch grote bal vuur is die ons licht en warmte geeft en waar, als jij me nu even gerust laat, je heerlijk van kan genieten.Maar voetballen met dat ding, laat staan een bed van maken lijken mij dus niét logisch” jufrouwde Roodkopje
De Broze Wolf trok dat in twijfel en vertelde dat het misschien veel logischer was om te bedenken wat je zoal zou kunnen doen als je naar de zon keek in plaats van maar af te gaan op wetenschappelijke feiten of voor de hand liggende dingen.
Roodkopje was even met verstomming geslagen (wat Roodkopjes niet snel overkomt),
na een stille stilte vroeg ze aan de Wolf waar hij al die gekke ideeën toch vandaan haalde.
“Ahh, ik heb net een cursus Filou-Sofie gevolgd en dat was erg boeiend” antwoordde de Wolf.
Roodkopje verbeterde de Wolf “Filosofie zal je bedoelen”
“Neehee, niet de ‘liefde voor wijsheid’ maar Filou-sofie”
Roodkopje schoot in de lach en beweerde dat zulk iets niet bestond.
Maar de Wolf bleef volhouden dat hij Filou-sofie had gestudeerd en niet Filosofie.
“En wat is Filou-sofie dan he” vroeg Roodkopje uiteindelijk.
“Het is een wijsheid maar dan die van de schavuiten” antwoordde de Wolf plechtig en met een brede glimlach.
“Die van schavuiten……yeah right” zei Roodkopje
“En bij wie ben je dat dan gaan ‘studeren’ vroeg Roodkopje smalend.
“Ahh bij een zekere Sofie natuurlijk, de naam zegt het zelf he.
Ik ben geen Filou-Berta of Filou-Francois gaan volgen he, die leken me eerder wat aan de saaie kant”
“Je weet toch dat de naam Sofie wijsheid wil zeggen he wolvenkop, en zo te horen is dat mens alles behalve wijs maar eerder aan de maffe kant”
“Neeeneee, ze is schavuiten wijs he” verbeterde de Wolf.
“en daarom geeft ze ook les in schavuiten-wijsheid ”
“Klinkt logisch ja” smaalde Roodkopje.
“Ah nee, juist niet he. Schavuiten-wijsheid is onlogisch logisch” zei de Wolf ernstig.
Roodkopje voelde met haar hand toch weer even aan het hoofd van de Wolf “Volgens mij heb je koorts”.
“he, toe nou Roodkop. Het is echt leuk hoor dat schavuiten-wijsheid, dat onlogische logisch”
Roodkopje die meer voor het logische, zuiver wetenschappelijke was, zo lang het maar duidelijk is, werd een beetje kriebelig van de Broze wolf zijn vage onlogica. Maar omdat ze ook een onweerstaanbare nieuwsgierigheid had (wat eigen was aan Roodkopjes met Roodkoppige krullen) wilde ze toch wat meer weten.
De Wolf vertelde haar dat ze naar iets moest kijken wat voor haar logisch was en daar het tegenovergestelde bij gaan zoeken.
“Zoals het gras dat groen is…. wel dan moet je bedenken dat het gras rood is” zei de Wolf
“ja en dan?” antwoordde Roodkopje
“Wel de dingen zouden er dan toch weer heel anders uit gaan zien;
Doordat het gras rood was zou het licht rond de vijver een rode gloed krijgen en leek het altijd op ‘zons-ondergang-licht’.
Misschien zou het gras dan ook niet meer lekker fris onder je voeten voelen maar eerder warm”
Roodkopje keek naar het gras en probeerde voor te stellen hoe het zou zijn.
De Wolf ging verder:
“Als jij dan in het gras zou gaan liggen zou ik niet meer kunnen zien waar je haren eindigen en waar het gras begint” glimlachte de Wolf.
“Misschien zou iedereen dan aan je denken als ze het gras zagen”
“niet iedereen moet aan mij denken” antwoordde Roodkopje nuchter
Maar ze vond de gedachten wel prettig. Iets hebben waarvan iedereen dan denkt “ach ja Roodkopje”.
Maar de Broze wolf onderbrak de ijdele gedachten met een: “tja, als het gras rood zou zijn waren je haren misschien wel groen.
Dan was jij niet meer Roodkopje, maar Groenkopje” en de Wolf schoot in een onbedaarlijk lachen.
“hehe, geestig hoor mislukte grootmoeder- eter”
“Tja, ‘t Is dan ook ‘schavuiten-wijsheid’ voor iets he” grinnikte de Broze Wolf.
“Ik blijf erbij dat ik bij die hele Sofie persoon grote vragen heb” zei Roodkopje wat gepikeerd
“Als dat de dingen zijn die jij bij haar hebt moeten ‘studeren’, amai amai”
“Toch blijft het leuk” glimlachte de Wolf
“want het onmogelijke wordt mogelijk”
Dit laatste had terug de aandacht van Roodkopje getrokken.
Want als er iets Roodkoppig was, dan was het wel het onmogelijk mogelijk willen maken.
“Hoe bedoel je dan….? het gras zal toch altijd groen blijven, hoe hard jij ook fantaseert dat het rood is”
“niets is wat het lijkt Roodkoppie”
“ja in je hoofd kunnen die dingen wel, maar das niet echt he”
De Wolf vroeg Roodkopje waarom dat niet echt zou zijn.
Als hij bijvoorbeeld hoofdpijn had (en wolvenhoofden hebben vaak pijn) dan kon hij gelukkig aan prettige dingen denken, of dingen gaan bedenken die niet bestonden. Zo had hij ooit een antihoofdpijn machine bedacht. Daar kon je dan gaan instaan en dan begon het je heel hard af te kietelen. Oké de hoofdpijn was niet weg, maar het was wél leuk.
Soms bedacht hij dan ook kleine verhaaltjes of gedichtjes en stuurde hij die naar Sneeuwwatje of DoornBloosje.
“En die vinden dat dan fijn om te lezen en moeten dan vaak lachen” zei de Wolf.
“Zo is mijn pijn dus eigenlijk nog iets goeds. wat in principe onlogisch is. Logisch, toch?”
“Hoe weet jij dat Sneeuwwatje en DoornBloosje jouw verhaaltjes leuk vinden?” vroeg Roodkopje.
De Wolf had Sneeuwwatje net na het sturen van één van zijn verhaaltjes horen lachen tot aan de waterkant. En dat was ver.
En DoornBloosje… tja, van DoornBloosje wist hij het eigenlijk niet.
“Misschien leest ze jouw verhaaltjes niet eens” zei Roodkopje heel fantasie- en empathieloos.
“Misschien heeft ze het wel te druk voor zulke maffe dingen als ‘schavuiten-wijsheid’”.
“te druk met wat? slapen?” antwoordde de Wolf
“Nee Wolf, jij haalt alles en iedereen steeds weer door elkaar he. Da’s DoornROOSJE, DoornBLOOSJEje daarentegen slaapt niet de hele tijd… die… ja wat doet die eigenlijk?”
De Wolf wilde graag geloven dat DoornBloosje steeds zijn verhaaltjes las, misschien zelfs dat ze af en toe een beetje zat te wachten in haar kasteel op een brief van hem.
Hij zag haar al zitten, lichtjes blozend, verlangend naar…Oke, soms wist hij niet altijd meer zo goed of zijn gedachten gedachten waren of echt. Hij vergiste zich wel eens.
“Tja, dat heb je dan he met je ‘schavuiten-wijsheid’, die is soms zo maf dat je je vergist he!” pruttelde Roodkopje, die eigenlijk nog maar enkel bezig was met haar gelijk te halen.
“Oh dus jij vergist je nooit? Mevrouw Vluchter naar Nuchter!” antwoordde de Wolf wijselijk.
Tja, Roodkopje moest schoorvoetend toegeven dat ze zich ook wel eens had vergist met het bakken van een viooltjescake.
Ze had te veel noten bij de eieren en bloem gedaan waardoor er in plaats van enkel violen je ook contrabasgeluidjes en zachte pianotoetsen proefde. En hoewel dat natuurlijk compleet niet de bedoeling was had de cake toch heel erg gesmaakt… Maar dat was per ongeluk gebeurt natuurlijk.
“Wel schavuiten-wijsheid is dat je volgende keer niet alleen te veel noten maar misschien ook te veel snaren bij je deeg gaat mengen. en dan kijken wat het wordt” zei de Broze Wolf opgewekt.
“dus expres iets anders doen?”
“iets anders doen dan wat je gewoon bent”
Roodkopjes nieuwsgierigheid won het van haar logische logica en samen met de Wolf ging ze viooltjescake maken met én té veel noten én te veel snaren.
“Misschien raakt de cake wel helemaal ontstemt he, is ie niet om aan te proeven” waarschuwde Roodkopje de Broze Wolf.
Maar de Wolf ging lustig door met de snaren door de bloem en eieren te mengen.
Het werd de meest maffe cake die Roodkopje ooit gebakken had, maar ze had erg moeten lachen om de luidruchtige snarensmaak.
En als ze zo met het laatste stuk cake aan de waterkant zaten zei Roodkopje tegen de Wolf: “Wolf, nu niet om de boel te verpesten he, maar je weet toch dat DoornBloosje waarschijnlijk niet…”
De Wolf antwoordde dat hij het wel wist. Wijsheid bleef wel wijsheid.
Ook bij schavuiten-wijsheid mag je het weten niet vergeten.
“Zolang ik wéét dat ik het maar bedenk”
“Vindt je het dan niet zielig dat je misschien iets bedenkt wat er helemaal niet is?” vroeg Roodkopje wat stil.
“Waarom? ik vind het juist geweldig fijn dat de gedachten aan haar blozende wangen bij mij verhaaltjes maken” en de Broze wolf begon haast zelf te blozen.
“Je kan blij zijn en er niks mee doen, je kan verdrietig zijn en tranen laten wegvloeien in plaats van er caramelkoekjes mee te bakken.”
Roodkopje begon te begrijpen waarom de Wolf zo blij was met zijn studie ‘Filou-Sofie’.
En zo zaten ze nog lang te vertellen en te verzinnen aan de waterkant als het zachtjes begon te schemeren.
“Wolf, we moeten opruimen, de avond valt zo”
De Wolf spreidde zijn armen “zal ik die avond dan maar proberen op te vangen?” giechelde hij.
“Jij hebt te veel Filou-Sofie gestudeerd denk ik !” lachte Roodkopje
En terwijl Roodkopje en de Broze wolf bedachten wat ze met de maan en haar zilver licht zoal niet zouden kunnen doen zat 5 sprookjesbossen verder een DoornBloosje, met een lichte blos op de wangen, vol verlangen in haar kasteel te wachten op……
Made By SoFia
Schilderschets Roodkopje (detail) Made By SoFia
*GEDACHTENLOOSHEID (11/05/2012)
———————————————————–
De Broze wolf liep voor de achtste keer de tafel rond.
Zuchtte diep en zette zich tenslotte aan tafel met het hoofd in de handen.
Om een halve minuut later weer op te staan. Hij mompelde wat, trapte tegen de kast en daarna tegen de deur.
“He hooooww” riep Roodkopje die net binnen kwam.
“Het moet niet stuk he”
“Jawel, dat moet het wel! Het moet weg, het moet in duizend stukjes, verbrand worden, verpulverd, fijn gehakt, diep diep begraven worden!”
Roodkopje trok haar ogen wijd open.
“Wat is er wolvenkop?”
“Wat is er?! wat is er?….. dat is het em juist, er is niks! ale ja er is te veel en dat wat er moet zijn is er niet”
Roodkopje vond dat de Wolf wel erg vreemd deed maar durfde niet echt meer te vragen.
Ze zette zich aan de tafel en de Broze Wolf begon aan zijn negende rondje.
“Ik ben het kwijt Roodkopje, gewoon kwijt. Het is er niet meer, het is weg!” jammerde de Wolf.
Toen Roodkopje vroeg wat hij kwijt was, zodat ze misschien mee kon helpen zoeken zette hij zich tegenover haar aan de tafel.
Een hopeloze blik drupte uit zijn ogen.
“Ik kan mijn ‘denken’ nergens meer vinden. Ik heb het een tijdje geleden weg gelegd omdat ik het even beu was maar nu ik het weer nodig heb kan ik nergens meer vinden”
“Hmmm” zei Roodkopje “Tja….. goh….. iedereen weet natuurlijk dat als je je denken weg legt het onzichtbaar wordt en dus moeilijk weer te vinden is he”
“Hoezo ‘iedereen weet dat’!!!!!!! ik wéét dat niet! jahaaa nu natuurlijk wel, maar toen niet…… gadver….. kon niemand dat dan ook zeggen!!!!!”
“Tja, wie legt zijn denken nu aan de kant he” zei Roodkopje die al 5 keer op rij de ‘Miss gedachten’ van het sprookjesbos was geworden.
“Het is ook de verdomde schuld van blozend wicht he” jammerde de Wolf.
“Blozend wicht??”
“Jahaaa, DoornBloosje! ik dacht de héle tijd aan haar. ik werd er niet goed van. Dus ik dacht, ik leg mijn denken weg”
Dat kon Roodkopje wel ergens begrijpen, ze had ooit eens walgelijk veel gedacht aan de Geschoende Kater.
De gedachten hadden zo in haar buik rond gefladderd dat ze misselijk was geworden.
“Waarom heb je de gedachten dan niet in een potje gestoken?” vroeg ze.
“Ga me nu niet vertellen dat dat kàn he, gedachten in een potje steken!”
“’t Is niet zo makkelijk om ze te vangen en het deksel er goed op te krijgen, maar ja, het is mogelijk. Zo kan je altijd op je gedachten terug komen mocht je ze toch nog es nodig hebben.”
Roodkopje opperde wel dat je de gevangen gedachten goed moest labelen want ze had zo ooit eens per ongeluk een potje moeilijke gedachten opengedraaid. Had een eeuwigheid geduurd voor ze die weer te pakken had.
Gelukkig duren eeuwigheden in sprookjesbossen hooguit een paar uur.
“En zo hoef je ook niet meteen al je gedachten weg te leggen” vulde Roodkopje aan.
“Goh, lekker op tijd dat ik dat weet!” jankte de Wolf
Roodkopje giechelde even “ja blijkbaar had je geen gedachten genoeg om daar aan te denken he”.
De Wolf keek haar noest aan.
“Ah nee he! al mijn gedachten zaten bij DoornBloosje! dat was het em nu juist ook. Ik had geen gedachten meer over” verdedigde hij zichzelf.
“Goh, gelukkig ben je nu tenminste verlost van de gedachten aan DoornBloosje he”
De Broze Wolf zweeg, pulkte wat aan zijn nagels en keek weg.
“Toch?” vroeg Roodkopje wat onzeker.
“Yep, het denken aan DoornBloosje is voorbij” antwoorde de Wolf rustig.
En toen brak hij in huilen uit.
“Maar nu voél ik zoveel voor haar!” riep hij in tranen.
“Ik heb mijn gedachten aan haar weg gelegd en wie had dan ooit gedacht dat dan het voelen ineens zou komen aanzetten!!”
Roodkopje wou vertellen dat ook iedereen wist dat als je denken weg legt vaak het voelen alle lege ruimte in neemt.
Maar ze besloot wijselijk te zwijgen.
“En nu?!” kloeg de wolf
“niet alleen verdrink ik bijna in gevoel maar ik kan ook over niks nog nadenken….”
“Misschien valt het wel mee” opperde Roodkopje.
“Misschien heb je nog genoeg gedachten over, heb je toch niet alles weg gelegd”
“Roodkopje, ik kan zelfs niet meer bedenken waar ik mijn schoenen heb staan”
Roodkopje antwoordde dat hij dat nooit wist, zelfs niet met al zijn gedachten.
Jaa maar ik kan ook niet meer bedenken wat ik met de dag wil aanvangen”
Roodkopje antwoordde weer dat hij dat ook nooit wist.
“dat is toch één van je lievelings-zinnen ‘pluk de dag tik een eitje’ (al had Roodkopje nooit verstaan wat dat ei daar in godsnaam bij kwam doen). Jij wil je toch altijd laten verrassen door de dag zelf”
De Broze wolf moest toegeven dat Roodkopje gelijk had.
Misschien was het wel niet zo erg dat hij niet zoveel kon denken. Trouwens Roodkopje kon dat dan wel in zijn plaats.
“Ohhh ohhhh, ik ga niet opdraaien voor jou gedachtenloosheid he!”
De Broze wolf keek met een “Pleaassssssse, pleaaaaaasssse” Roodkopje aan.
Roodkopje zei dat ze er wel nog over zou nadenken.
Maar de Broze Wolf liep voor de tiende keer onrustig rond de tafel.
“Wat nu weer! ik heb toch gezegd dat ik er over zal nadenken!”
“ja, dat is het niet…. ik zit nog met al dat gevoel he…. wat moet ik er mee?….. Ik ga,…. ik ga een brief schrijven aan DoornBloosje. Zeggen wat ik voor haar voel! Of nog beter…. ik ga naar haar, pak haar vast en…”
Roodkopje onderbrak de Wolf.
“Euhhhh dat zou ik niet doen Wolf.”
“Jij gunt mij en DoornBloosje de liefde niet he” snibde de Wolf.
“Wolf, je gedachtenloos zijn heeft je doen vergeten dat in de Sprookjesbossen sprookjes sprookjes moeten blijven.”
“Awel, wat een prachtig sprookje…. ‘en ze leefde nog lang en gelukkig’.”
Roodkopje legde de wolf uit dat sprookjes niet zomaar uit een heftig gevoel ontstaan.
Dat gevoel pas na 578 sprookjesjaren klaar is om sprookje te worden.
“Dus ik ben nougabollen met mijn gevoel, ik kan het haar niet eens vertellen!!!”
“Misschien ooit, als het gevoel na 577 jaar er nog is kan je de Sprookjesschrijfster aanspreken om wat te schrijven… maar ik zou het niet eerder doen”.
“En wat als zij daar 5 bossen verder hetzelfde voor mij zit te voelen! wat dan?!”
“Moeten we dan als twee heilige bonen zitten te wachten tot die 578 jaar voorbij zijn!”
“Nee Wolf, als je beide hetzelfde zou voelen dat vindt dat gevoel elkaar”
De Wolf keek Roodkopje wat Broos en niet goedbegrijpend aan.
“Elk gevoel kan je vleugels geven he” vertelde Roodkopje.
“Je moet een stukje, goed gedosseerd gevoel de lucht in laten vliegen en als zij dat ook doet dan vindt het gevoel elkaar”
“En … als zij dat niet doet…..” vroeg de wolf stil.
“’t is maar een stukje gevoel he, niet je hele hart. je kan heus wel een beetje gevoel missen, toch?”
Dat was één ding waar de wolf zeker van was.
Een paar uur later was hij al druk bezig met een stuk gevoel de vleugels aan te binden.
Maar tot zijn grote teleurstelling wou het niet van de grond komen.
Beteuterd zat hij aan de waterkant.
“Het gevoel is ook véél te groot man!” zei Roodkopje tegen de Broze wolf.
“Vier vleugeltjes aanbinden dan?” vroeg de wolf.
Roodkopje keek de Wolf streng aan.
“Zes?”
“Neeheee, een stuk gevoel er af halen Wolf! Ik denk dat dat beter is”
“Jij met je denken ook altijd” foeterde de Wolf terwijl hij een stuk gevoel probeerde af te breken.
“En waar blijf ik nu met dat stuk gevoel?!” jammerde hij.
Roodkopje zat ondertussen wat verder aan de waterkant, de dingen te overdenken terwijl ze over het water tuurde.
De Broze Wolf sloop stil naar Roodkopje en liet het stuk gevoel snel achter in haar jurk glijden.
Roodkopje voelde een warme zachte rilling over haar rug lopen.
Een heerlijk gevoel overviel haar.
“Goh, Wolf heb je al gezien hoe mooi het licht over het water valt… prachtig he…. ik voel me plots zo gelukkig, weet je dat”
De Wolf glimlachte en zei niets.
En hij zag zijn gevleugeld gevoel voor DoornBloosje de lucht in gaan.
Een tijdje later zei Roodkopje tegen de Wolf:
“Ik heb eens nagedacht Wolf, ik wil wel wat gedachten aan jou geven…. dat voelt wel goed…”
“Dus jij wil wel bedenken waar ik mijn schoenen heb gezet? Of hoe ik het best bij de zeven dwergen geraak?”
Roodkopje wou net grootmoedig de Wolf haar opgeoffer onder de neus wrijven toen deze een groot cadeau te voorschijn haalde.
“Voor jou” en de Wolf hield het pak met gestrekte armen voor Roodkopje.
“Zo geven we elkaar wat”.
Roodkopje pakte het cadeau uit. Het was een koffertje vol potjes gevoel. Niet alleen gedachten maar ook gevoel kan je goed bijhouden.
‘zonsondergang-gevoel’, patékesgenot, lekker-lui-genieten, warmhart schilfers, gevleugelde kriebels, kippenvelletjes en een potje bloos waren maar een kleine greep uit het assortiment.
“Tja” zei de Wolf “Ik had er toch meer dan voldoende van”
“Het voélt leuker als je het delen kan” glimlachte hij.
“dat dénk ik ook” giechelde Roodkopje die net een potje liefelijke lachjes gevoel had open gedaan.
Made By SoFia
ZWARTE PEN (20/05/2012)
—————————————–
“Ik begrijp er niks nog van!” riep Roodkopje wat geïrriteerd.
“Ik zou gezworen hebben dat ik em hier….. gadver…..WOOOOOOLLLFFFFFFF!!!!!”
De Broze Wolf, die zich wat verveelde zo alleen aan de waterkant, stak vrolijk zijn hoofd door de deur
“Kom je mee naar de waterkant koppie?”
“Mijn zwarte pen! Waar is die?!”
“och zwijg al maar, ik zie het al, je weet zeker weer van niks ?!”
“’t is hier ook altijd hetzelfde he” jammerde Roodkopje verder.
De Broze Wolf die altijd al een voorliefde had gehad om naast de kwestie te spreken antwoordde met een “misschien moet je dan de tafel eens daar tegen het raam zetten dan kan je als je schrijft de waterkant zien”
“Trouwens…. kom je mee naar de waterkant?
Roodkopje keek de Wolf niets begrijpend aan.
“Wat heeft mijn tafel tegen het raam zetten nu in godsnaam met mijn pen te maken??”
“Niks” antwoordde de Wolf met een brede glimlach. “Maar dan is het hier niet meer ‘hetzelfde’ he, Is het eens wat anders”
“Kom je nu mee naar de Waterkant?”
Roodkopje zuchtte “Ik word soms zo gek van jou”
“Gek van mij… klinkt wel prettig”
Roodkopje keek de Broze Wolf aan
En de Wolf prevelde tussen zijn tanden door: “Goh, k zie het al… een woordeloze ‘zou jij niet beter zwijgen’”
“Inderdaad! Af en toe begrijp je mij wonderlijk wel Wolf” antwoordde Roodkopje die nog steeds naar haar pen aan het zoeken was.
“Tja” zei de Wolf. “Als ik moet zwijgen kan ik natuurlijk niet zeggen waar je pen is”
“Zieeeee je wel! jij hebt em he! Kan jij niet één keer gewoon je éigen spullen gebruiken! Of gewoon vràgen. Niet te doen! Kijk, Wolf da’s nu het verschil tussen ons he. jij hebt geen structuur, geen orde. Jij leeft er maar op los en rekent er op dat ik alles voor je zal oplossen.
Je zou beter een voorbeeld aan mij nemen. Kijk ik leef in een huisje, en hard voor moeten werken heoor.. en waar leef jij? in een hol… tja, wat wil je dan ook he. Ik plan alles netjes, ik weet waar alles ligt terwijl jij…. heb jij ooit al iéts opgeruimd? Ah nee, da’s voor meneer niet nodig … wat jij niet vindt kom je bij mij wel halen!”
De Broze Wolf bleef kalm in de deuropening staan.
“Je pen zit achter je oor” zei hij rustig.
“En kom je nu nog mee naar de waterkant?”
Roodkopjes wangen werden bijna zo rood als haar haren.
“Ohh… euhhhh.. tja… da’s ….. die… Die is leeg!… Maar ik had ook nog een andere….. een volle…. die zo zwart schrijft zo” probeerde Roodkopje vol overtuiging
“Trouwens, waarom schrijf je dan niet gewoon met Blauw of Rood?” vroeg de Wolf.
“Omdat ik een nachtverhaaltje aan het schrijven ben Wolf. Dàt kan je toch niet met blauw schrijven. Blauw is voor de luchtige verhaaltjes en Rood voor Bloosverhaaltjes”
“Ohhh, een verhaaltje over DoornBloosje! Jahaaaa kan je voor mij een verhaaltje over DoornBloosje schrijven?!” vroeg de Wolf enthousiast.
“Niet wéér dat DoornBloosje he!” zuchtte Roodkopje.
“Trouwens, jij schrijft toch zelf verhaaltjes voor haar”
“Jahaa” zei de Wolf “da’s vOOr haar, niet over haar….”
Roodkopje vertelde de Wolf dat ze geen inspiratie had voor Doornblozige verhaaltjes en dat hij dat zelf mocht doen.
De Wolf wist dat je geen verhaaltjes kon afdwingen, laat staan inspiratie. Dus hij stak zijn ‘pleaaaasssssseee’ weer weg.
“Wat schrijf je eigenlijk met de Groene pen?” vroeg de Wolf
“Onrijpe verhaaltjes?”
Roodkopje schoot in de lach.
“Nee, de Groene pen is voor waterkant-verhaaltjes”
“Ahhhh, dan moet je natuurlijk hoogdringend inspiratie gaan opdoen voor een waterkant-verhaaltje!” En de Wolf trok Roodkopje mee naar buiten.
“ja maar ik moet nog….sputterde Roodkopje.
“Ik weet niet wat jij nog moet maar wat het is, het kan wel wachten” antwoordde de Wolf die zijn kans schoon zag om wat gezelschap te krijgen.
“Wolf, ik kan thuis even goed een waterkant-verhaaltje schrijven, ik kén de waterkant nu wel he”
“Hoe kan je nu binnen schrijven over buiten?!” antwoordde de Wolf.
“Nee, nee, jij moet het gras voelen, de lucht ruiken, het licht zien”
“Meekomen jij!” en hij sleurde Roodkopje mee naar de waterkant.
Toen ze, zoals ze zo vaak deden, aan de waterkant zaten zei Roodkopje
“Hetzelfde gras en dezelfde lucht en hetzelfde licht meneer! Ik ga weer naar huis”
“oww oww, niet zo rap!”Zei de Wolf snel;
De Wolf zette zich aan de andere kant van Roodkopje neer.
“Kijk, nu is het niet meer hetzelfde, want normaal zit ik àltijd aan de andere kant van je”
“Goh Wolf, deze schokkende gebeurtenis is écht wat om een verhaaltje over te schrijven ja!” zei Roodkopje wat cynisch.
“Neehee, maar misschien ben ik wel langs deze kant komen zitten omdat aan die andere kant van jou zo’n dikke vette spin in het gras zit”
Roodkopje sprong recht “Waar?! Waar?!” gilde ze.
“Als voorbeeld he” giechelde de Wolf.
“of misschien ben ik wel langs deze kant gaan zitten zodat je het kleine zwarte vlekje in mijn linkeroog wat beter kan zien”
“Jij hébt helemaal geen klein zwart….. hee ja, een klein zwart vlekje in je linker oog!”
Roodkopje keek wat verbaasd. “was dat daar altijd al dan?”
“Tja” zei de Wolf. “Misschien wel, misschien ook niet. Misschien heb jij nooit zo goed gekeken als je dacht. Jij denkt ook wel snel dat je het allemaal wel weet he. Zoals met die Zwarte pen…” zei de Wolf ietwat streng.
Roodkopje keek niet goed wetend wat zeggen om zich heen.
“Ik denk dat ik dan maar naar huis ga” antwoordde ze bedremmeld en stond op
“Euuhhhh….het kan natuurlijk ook dat jij het vlekje bij mij hebt verzonnen, zonder dat je het wist. Voor één van je verhaaltjes.” zei de Wolf snel die zijn gezelschap aan zijn neus zag voorbij gaan.
“Daarom dat het je het nu misschien pas ziet he… Trouwens, ‘t is sowieso ook maar een heeeeeeeeeel klein vlekje he……”
Roodkopje dacht even diep na, keek de Broze Wolf goed aan .
En begon plots heel hard te lachen.
“Wat lach je nou?” vroeg de Wolf
“Kijk maar es “ gibberde Roodkopje het uit.
De Wolf keek in de weerspiegeling van het water en zag tot zijn grote verbazing dat hij twee grote roze konijnenoren op zijn hoofd had staan.
Roodkopje rolde in het gras van het lachen.
“waren die er ook altijd al?! misschien heb ik inderdaad nooit zo goed gekeken” proestte ze het uit!
“Waar…. waar komen die vandaag ?!” paniekeerde de Wolf die de oren niet van zijn hoofd kreeg.
Tranen van het lachen rolde over de wangen van Roodkopje.
“Die heb ik verzonnen… of misschien ook niet!” schaterde ze.
“Je hebt gelijk Wolf, ik krijg hier toch weer héél andere inspiratie!”
“Dit ga jij niet in een waterkant-verhaaltje van je zetten!” riep de Wolf verontrust.
“Watch me” gibberde Roodkopje.
“Dat zal ik eens doen ook” gniffelde de Broze Wolf en verzon twee olifantenoren bij Roodkopje.
Roodkopje verzon glitterhakschoenen en gele apenstaart bij de wolf en de Wolf gaf Roodkopje leeuwenmanen en blaadjes aan haar vingers.
En zo verzonnen ze nog een oneindigheid aan elkaar.
Als ze zo wat uit-verzonnen naast elkaar aan de waterkant lagen moest Roodkopje toegeven dat het toch weer leuker was dan ze had gedacht en ze misschien niet zo meteen van alles zomaar vanuit moest gaan.
“Niets is wat het lijkt he” antwoordde de Broze Wolf.
“Niets is wel veel, maar misschien is niet àlles wat het lijkt ja”
“het is maar van welke kant je het bekijkt he”
“Van welke ‘water’-kant je het bekijkt “verbeterde de Wolf met een glimlach.
Toen de Broze Wolf wat later zijn nest in kroop om te gaan slapen en hij zich uitrok voelde hij van alles in zijn poten en lijf prikken.
“Wat is dat nu weer” hij keek onder zijn deken en haalde er een wekker, zijn leesboek en een chocoladereep -papiertje van onder te voorschijn. Maar ook nog een verkruimelde frambozenkoek, een lepel, een gesmolten chocolade eitje, een wintersok, 3 karamelbollen en……een zwarte pen ….
Made By SoFia
HET RELATIVEREN VAN DE BROZE WOLF (22/05/2012)
———————————————————————————-
“…En dan weet ik dus niet meer hoe ik dat moet doen he. …. Tja, ‘t Is ook moeilijk, hoe weet ik nu wat goed is? … wat denk je Roodkoppie? Zeg het eens….”
Roodkopje was druk bezig met haar ladekast op te ruimen.
Ze had 4 zakken vol spulletjes die weg mochten, maar nog steeds zat de kast boordevol.
Met haar handen vol papieren zuchtte ze :” Wolf, ik kan je niet met alles helpen he. Je moet zélf ook eens de dingen kunnen oplossen, weten wat goed is en wat niet”
“Ja maar, jij hebt altijd zo’n goed zicht op de dingen…. jij bent wel echt de beste in problemen op te lossen, jij wéét gewoon wat goed is” zei de Broze Wolf in een poging zo vleierig mogelijk te zijn.
Roodkopje antwoordde, gesterkt door alles wat de wolf zei: “Ja, ik weet wel veel ja… en het is niet dat ik het niet wil he…. maar je…. Godver, hoe kom ik toch aan zoveel papier!!! Hoe krijg ik dat nu ooit wéér IN de kast!!!”
De Broze Wolf ging gewoon verder: “Jij ziet de dingen gewoon helder en euhh, tja jij begrijpt mij wel vaak en..”
Roodkopje die ondertussen op een stoel was gaan staan om de papieren in de bovenste lade te proppen ging op haar tippen staan. “Je moet niet altijd zo aan mij gaan hangen, dat is niet gezond Wolf”.
De Wolf begon net aan een ‘maar’-zin als Roodkopje met een dreun van de stoel op de grond viel.
“Ik hing niet aan jou nu he” zei de Broze Wolf vlug ter verdediging.
“Trouwens…. ik kan me niet herinneren dat ik ooit aan jou gehangen heb…hmm, ben ik vast vergeten…. lijkt me op zich wel leuk…. mag ik dat es proberen…. aan jou hangen? Ga even recht staan, dan ga ik aan jou hangen… mag jij daarna bij mij… oké?”
Roodkopje die nog steeds op de grond lag had er genoeg van
“In plaats van dat meneer me even zou helpen!!! Nee, gaat ie nog wat de flauwe plezante uithangen!!.
En waar gaat heel dat gemauw van jou nu over?! Twee keer niks. Leer eens wat relativeren man!” zei Roodkopje die ondertussen was recht gekropen.
“Ree watte?” vroeg de Broze Wolf
“RE-LAT-I-VEREN!” herhaalde Roodkopje nog steeds wat bozig en gefrustreerd terwijl ze alle papieren van de grond aan het oprapen was.
“Wat is dat REE-lAT-I-VEREN dan?” vroeg de Wolf onverstoord.
“Wel zoek dat nu maar es zelf uit! En nee ik ga niet helpen, help jezelf maar een keer” riep Roodkopje die het gezeur van de Broze Wolf nu echt beu was.
De volgende dag zag Roodkopje plots het hoofd van een hert aan haar raam verschijnen. Met daarnaast ook het hoofd van de Broze Wolf.
“Ahh Roodkopje, kijk ik heb al een Ree. En ‘t is een lieverdje hoor.”
“Wat moet je nu met een hert?” vroeg Roodkopje wat aarzelend.
“Een Ree kopje, een Ree. En kijk ik heb hier ook een LAT en een zak vol VEREN….alleen een ‘I’ moet ik nog vinden.”
Roodkopje begreep er niets meer van.
“awel een Ree -Lat -I -Veren…. dat moest ik toch zelf gaan zoeken van jou?” legde de Broze Wolf uit.
Roodkopje begon erg te lachen met de Wolf.
“Jij snapt er ook niks van he” gibberde ze smalend.
De Broze Wolf die erg veel moeite had gedaan om de REE met hem mee te krijgen, een LAT te zagen en een uren was bezig geweest om aan alle gewone en rare vogels wat VEREN te vragen droop teleurgesteld terug af.
Toen Roodkopje wat later naar de waterkant wandelde zag ze in de verte de REE al aan de waterkant drinken en de Broze Wolf zat voorovergebogen iets in elkaar te steken.
“Wat ben je aan het doen?” vroeg Roodkopje.
“Ik ben 2 kussentjes aan het maken om de VEREN in te stoppen” antwoordde de Wolf stug.
“Hmm, fijn…. maar euhhh, ik zou die zoom wat omnaaien daar”
De Broze Wolf keek amper op en zei resoluut “Ik niet”
Roodkopje ging naast de Broze Wolf zitten en keek hoe hij de kussentjes vulde met VEREN.
De Wolf maakte de kussentjes af en legde ze neer.
“Het is wel lief Wolf” zei Roodkopje en legde haar hoofd op één van de kussentjes. “En ze liggen ook goed zeg”
De Wolf rukte het kussentje onder Roodkopje haar hoofd uit.
“Wie zegt dat het voor jou is!”
“Oww…. ik dacht… “
“Je heb niet goed gedacht” antwoordde de Wolf snibbig.
Toen Roodkopje vroeg voor wie het kussentje dan wel was antwoordde de Wolf dat het voor zijn REE was.
Roodkopje zei wijsneuzig dat Reeën hun hoofd niet op een kussentje legde.
“Trouwens het is ook niet JOUW REE he. Die REE is van het bos”
De Wolf werd nu wel heel kriebelig.
“Als ik een kussentje voor MIJN REE wil maken dan doe ik dat! En als ik die REE als huisdier wil houden dan doe ik dat ook!”
“Een REE is geen huisdi…”
“Wat wil je nou eigenlijk!” riep de Wolf wat bozig.
“Ik moet het van jou alleen doen, ik moet REE-LAT-I-VEREN…. dan doe ik dat en dan ga je me ofwel wat staan uitlachen of je gaat je moeien!”
“En laat me nou maar met rust want ik moet nog ergens een ‘I’ gaan zoeken”.
De volgende dag ging Roodkopje in het bos opzoek naar de Wolf.
In de verte zag ze de REE al staan.
De Wolf was druk bezig de LAT boven de ingang van zijn woonplek te timmeren.
Hij had er met mooie sierletters “De Broze Wolf” opgeschilderd.
“Mooi die LAT…. zo met je naam…. weet iedereen dat je hier woont he” Probeerde Roodkopje voorzichtig.
“Yep, en zo kan ik aan die LAT gaan hangen in plaats van aan jou….”
En met een sprongetje pakte hij met zijn twee handen de LAT vast en schommelde met zijn benen heen en weer.
“Nog leuk ook” giechelde hij. En de Wolf zwierde met een grote zwaai zijn benen vooruit.
Recht tegen Roodkopje die met een grote plof op grond neer kwakte. Midden op één van de zelfgemaakte kussentje van de Wolf.
De VEREN plofte uit het kussen en dwarrelde over Roodkopje heen.
De Wolf schrok “Owww sorry… misschien moet ik die LAT ook wat hoger leggen he”
Roodkopje zat bedremmeld als een geplukte kip op de grond.
Ze keken elkaar aan en schoten beide geweldig in de lach.
“Kom laten we naar de waterkant gaan” gibberde Roodkopje
“ja kan je daar eend spelen” zei de Wolf lachend.
Wat later lag de Wolf aan de waterkant terwijl Roodkopje in het water nog de laatste VEREN van haar afspoelde.
“Ik heb nog een kussen over, mag je wel mee op komen liggen hoor” zei de Wolf tegen Roodkopje.
“En je REE dan?”
“Dat beest… tja… ik heb alles geprobeerd, maar vergeet het dat het haar kop op een kussen legt! Trouwens…. erg praktisch als huisdier is het ook niet…. word ik ‘s nachts wakker staat daar een REE in de kamer te ademen… in het donker. Maar overal waar ik ga volgt het mij…. k ben ook wel wat aan der gehecht nu … maar ja, ze wil steeds mee binnen en da’s niet zo praktisch….”
“…..Weet jij misschien…” Maar de Wolf zweeg midden in zijn zin.
“…..Ja, je zou misschien…” Maar Roodkopje zweeg midden in haar zin.
“Ik denk er nog wel even over na” zei de Wolf
“Dat kan ik natuurlijk ook doen he” antwoordde Roodkopje. “…….Misschien vinden we dan sàmen wel een oplossing.”
“Dat lijkt me een goed plan” antwoordde de Broze Wolf.
Roodkopje vroeg aan de Broze Wolf of hij de ‘I’ van zijn Ree-Lat-I-Veren al had gevonden.
“Tuurlijk” antwoordde de Wolf “De ‘I’ zat al lang bij mij… of misschien ook wel bij jou. De ‘I’ zit in IK of in IEMAND ANDERS.”
“Interessant” antwoordde Roodkopje.
“Ja, daarin natuurlijk ook ja….”
Made By SoFia
VOOR EEN LACH…. (25/05/2012)
————————————————–
De Broze Wolf kwam enthousiast aanrennen.
“Roodkoppie, ik zie DoornBloosje in het water!”
“In het water?! Is ze aan het zwemmen dan?”
“Neehee, ik bedoel in de weerspiegeling van het water! Daar waar ik vroeger dan mezelf zag zie ik nu DoornBloosje!!”
“Wolf, je ziet..” Maar Roodkopje kreeg de tijd niet om uit te spreken.
“Koppie, ik heb nu geen tijd sorry. Druk druk druk. Tot ziens!!”
En de Broze Wolf dribbelde opgewekt het bos in.
Wat later hoorde Roodkopje getimmer, gezaag en geklop in het bos.
“Wat is dat Broze geval nu toch allemaal weer aan het doen?!”
Ze stond op en ging kijken.
Als ze buiten kwam zag ze aan bijna elke boom een spiegel hangen.
“Wolf, wat is hier de bedoeling van?”
“Kijk, ik zie overal DoornBloosje, in elke spiegel ” antwoordde de Wolf dol enthousiast.
“Hoezo?!, dat ben jij toch?!”
“Nee nee, het is DoornBloosje, kijk maar, zie toch eens hoe ze bloost” zei hij vertederd.
Maar Roodkopje ging dwars door elke vertedering heen “Nee man, dat ben jezelf! JIJ bloost!”
“Koppie, dit is DoornBloosje…. ze lacht zo mooi…. kijk”
“Ahum, sinds wanneer heeft DoornBloosje pelsen oren? En ze heeft wel erg uitgesproken hoektanden he”
De Wolf bleef voor de spiegel staan, wat verweest, kijkend naar zijn eigen spiegelbeeld waarvan hij zo dacht dat het DoornBloosje was.
“Dit is de spiegel van Sneeuwwatje niet he.” zei Roodkopje.
“Maar…. hoe kan dat nu? Is dit niet…… Ik…. het moet DoornBloosje zijn…. zo mooi….”
“Wolvenkop, je zit jezelf mooi en aardig te vinden man. Nogal narcistisch he”
De Broze Wolf wist dat narcissen bloemen waren. Maar wat had dat nu te maken met de spiegel.
“Hoezo, ik zie helemaal geen narcissen hier?” zei hij wat voorzichtig.
“Narcistisch wil zeggen dat je enkel je zelf graag ziet” antwoordde roodkopje op zakelijke toon.
“Maar ik zie niet alleen mezelf graag, ik zie DoornBloosje graag!!…. Trouwens, wat een gedoe altijd. Waarom hebben zoveel dingen twee betekenissen! Narcissen zijn bloemen, maar nu hoor ik dat het ook nog es wil zeggen dat je enkel jezelf graag ziet! Ik heb er zo genoeg van!” riep de Wolf kwaad en verdrietig.
“Narcissus was een god die gestraft werd met verliefd te worden op zijn eigen spiegelbeeld. Hij was zo bezeten van zichzelf dat hij niet meer kon eten, drinken of slapen. Hij stierf van ellende aan de waterkant. Zijn lichaam werd nooit terug gevonden, alleen bloeide er bloemen op de plek waar hij altijd gezeten had. Die noemde ze later dan Narcissen” vertelde Rooodkopje.
“Dus voor jezelf graag zien wordt je ook nog es gestraft…?” vroeg de Wolf. Maar hij wachtte niet op een antwoord en liep weg.
“Wolf, wacht nou! Je begrijpt het niet!” riep Roodkopje hem nog achterna.
De Wolf draaide zich wat broos om, keek Roodkopje aan.
“Ook dat nog! Ik begrijp het wééral maar es niet! Laat me maar met rust, ik wil alleen zijn…. mezelf graag zien!”
De Wolf slenterde verdrietig naar de waterkant en zette zich neer.
“Lap, daar heb je het al, hier staan de narcissen van Narcissus!” zei hij luidop tegen zichzelf
En hij vroeg zich af of tegen jezelf praten ook een vorm van zelfliefde was….hoewel hij ook grondig kon vloeken tegen zichzelf. Maar ja, liefde en haat lagen toch dicht bij elkaar….dus….
Hij nam toch maar het zekere voor het onzekere en begon dan maar tegen de bloemen te praten.
“Narcissus jongen, ik begrijp soms nog maar weinig van de dingen. Ik dacht dat ik DoornBloosje zag en ik zag eigenlijk mezelf.”
De bloemen zwegen en ja dat is toestemmen, dus ging de wolf verder met vertellen.
“Ik mis DoornBloosje….. mis ik dan eigenlijk mezelf? …. Weet je Narcissus, ik ken DoornBloosje niet eens echt….. hoe kan ik haar dan missen?”
De bloemen zwegen nog steeds…iets waar bloemen erg goed in zijn.
“Maar ik ken wel mezelf, ….toch al een beetje…. en ik ben nog steeds hier, dus mezelf missen….”
De Wolf zweeg een tijdje samen met de bloemen.
“…Of ben ik mezelf wat verloren in DoornBloosje? …. Wat moeilijk allemaal dit, niet moeilijk dat jij enkel je zelf graag bent gaan zien, dat lijkt me een stuk simpeler!”Jankte de Wolf wat zielig.
Hij keek voorzichtig in de weerspiegeling van de waterkant om te kijken wie of wat hij zag.
“Oké, ik zie even geen DoornBloosje…. maar….nu zie ik niet alleen mezelf maar ook Roodkopje! Ik ben ziek… er is wat mis met mij!” riep de Wolf paniekerig.
“Dat er wat mis met je is weten we al langer dan vandaag he” giechelde Roodkopje die achter hem stond.
“owww, je bent er echt… ik dacht…”
“Laat dat denken maar aan mij over” glimlachte Roodkopje en zette zich naast de Wolf.
“Ik ga alle spiegels weg halen” zei de Broze Wolf resoluut.
“Ook die in jouw huis Roodkopje”
“Hela hola, ik wil mijn spiegel houden! ik wil nog wel zien of mijn rode haren ‘s morgens een beetje goed zitten en of mijn jurk netjes zit”
De Broze wolf zei dat Roodkopje dus ook ‘bloemig’ was, dat narcissengedoe.
“Hmm dat zou ik eerder ‘ijdel’ noemen Wolf” glimlachte Roodkopje. Trouwens je moet jezelf graag zien. Hoe kan je anders verwachten dat een ander je graag zou zien als je dat zelf niet eens doet”.
De Broze Wolf dacht even na.
“Ik zie mezelf wel best graag…… Ik heb de zachtste pelsen oren van heel het bos….. en euhhhh….Ik kan vreselijk goed verstoppertje spelen…. trouwens mijn klauwen zijn ook wel mooi scherp als je dat zo ziet…… en mijn neus, mijn neus is ook wel ergggg goed….. en zie je dat…. ik heb geen buikje he” En hij trok zijn buik in tot bijna tegen zijn rug.
“Ik kan het ook goed uitleggen, en nu je het zegt… luisteren kan ik ook eigenlijk wel goed. Mijn pels blinkt ook iets meer dan die van de wolf van de 7 geitjes en ik kan iedereen geweldig laten lachen…..” Hij stopte, keek Roodkopje aan…. “’t Is er wat over zeker?”
Roodkopje knikte bevestigend.
“Maak je geen zorgen Wolvenkop, het is goed zo.”
De Wolf keek Roodkopje nog een keer aan, recht in haar ogen.
“Waarom zie ik mezelf dan weerspiegelt in jouw ogen” zuchtte hij.
“Zélfs daar kan ik nu enkel mezelf zien!”
Roodkopje vroeg de Wolf eens wat beter in haar ogen te kijken.
De Wolf keek diep in de ogen van Roodkopje
“Eigenlijk heb jij best wel mooie ogen” zei de Wolf.
Roodkopje bloosde even. Even dacht de Wolf weer DoornBloosje te zien.
“Hè ja” zei de wolf “ik zie niet enkel mezelf in jouw ogen… ik zie…. Hij keek even heel goed en een grote glimlach kwam om zijn mond.
“Ik zie een hele mooie vriendschap zitten in je ogen”
Roodkopje glimlachte “zie je wel, jij ziet niet enkel jezelf. Je hebt empathie genoeg”
De Broze wolf had geen idee wat ‘empathie’ was, maar het klonk als em-patéke en patékes kende hij maar al te goed.
“Ja, ik denk wel dat ik dat em-patékes gevoel in me heb…. zullen we samen patékes gaan bakken en daarna hier aan de waterkant ze gezellig samen opeten?”
Roodkopje zag in de ogen van de Wolf niet alleen twinkels van plezier maar ook een overlopende vriendschap, een broos mooi gevoel, een DoornBlozig diep verlangen en… zichzelf.
Toen ze een tijdje later in de keuken van Roodkopje het deeg voor de ‘em-patékes’ aan het maken waren vroeg de Wolf voorzichtig of het oké was dat hij zichzelf graag zag maar ook het gevoel had dat hij zonder Roodkopjes vriendschap niet helemaal heel zou zijn.
“Dat is oké Wolf” zei Roodkopje wat zakelijk koeltjes.
Want Roodkopje wist nooit zo goed hoe je een gevoel kon beantwoorden.
“Fijn! zei de Wolf “Ik zou je nooit écht kwijt willen koppie” en hij gaf haar vrolijk een kus op de wang.
“Ik jou ook niet…” prevelde ze stilletjes en verlegen tussen haar tanden.
“Wat zei je?” vroeg de Wolf die net de em-patékes in de oven aan het zetten was.
“Of je de oven wel op 220 graden zet he, wat ik ken dat, jij zet dat ding weer veel te hoog omdat je dan hoopt dat die em-patékes zo rapper klaar zullen zijn!” antwoordde ze streng.
In de vooravond zaten ze, zoals afgesproken, de em-patekes aan de waterkant op te eten.
De Wolf rook aan de em-patékes.
“Roodkoppie, als ik aan vriendschap een geur zou moeten geven dan zou het de geur van versgebakken em-patékes zijn!” En hij stak een heel em-patéke in één keer in zijn mond.
Roodkopje moest lachen.
“Kijk” zei de Wolf met zijn mond vol “Voor zo één lach zou ik alles doen” .
Roodkopje slikte even en bleef recht voor zich uit kijken, zodat de Wolf niet zou kunnen zien hoe de spiegels van haar ziel overliepen van liefde en ontroering over zoveel moois.
“Dat DoornBloosje van jou weet niet wat ze mist” zei ze liefelijk.
De Broze Wolf slikte even, bleef recht voor zich uitkijken, zodat Roodkopje niet zou kunnen zien hoe de spiegels van zijn ziel overliepen van liefde en ontroering over zoveel moois……
Made By SoFia
























