Het is toch even wennen, het eerste jaar geen eieren rapen.
Of beter gezegd, het eerste jaar niet meer kijken naar één en al levenslust dat de tuin afstruint naar lekkers.
Met haar bijna 12 vindt ze zichzelf ‘te oud’….
En even vroeg ik me af hoe oud ik me dan in feite niet zou moeten voelen…
Maar in plaats van een oud- zijn -gevoel vulde een kinderlijk verlangen om weer zelf paaseieren te zoeken mij.
Ik heb lang gedacht dat ik moeite had met volwassen worden, en dat zal ook best, maar dat is het niet helemaal. dat is het niet alleen.
Toen een tijdje geleden dat zelfde bijna12-jarig ding, na een moeilijke dag in een moeilijke periode, huilend op mijn schoot kroop en met het nodige gevoel voor drama me vertelde dat ze zo graag weer een klein kind zou zijn. zodat ze zich van niets bewust was, ze gewoon in geluk en onschuld leven kon, begreep ik haar volkomen.
In al mijn troost die ik haar wou geven moest ik natuurlijk ook eerlijk blijven en haar vertellen dat deze dingen bij het leven horen.
Dat er vaak dingen gebeuren die moeilijk zijn, je je soms moeilijk voelt… het hoort erbij.
Niet makkelijk, maar ik kon haar troosten met de wetenschap dat ook de goede dingen, het mooie, vanaf dan even intens zou zijn.
Ook dat hoort bij het groter worden, bij het meer bewust leven.
Niet voor niets is een ‘flatline’ in de medische wereld de dood.
En wordt elke hartslag met pieken en dalen opgetekend.
Terwijl ze zo verdrietig in mijn armen lag en ze zich in mijn troost wikkelde,verlangde ik even zeer als zij naar de onwetendheid, naar het gewoon gelukkig zijn, zonder meer.
Ik vertelde haar dat het een ‘soort vlucht’ was, maar ook heel begrijpelijk.
Later bedacht ik dat mijn troostende woorden ook voor mezelf konden dienen.
Want, ik lijk altijd een onverwoestbaar heimwee te hebben naar mijn kindertijd, naar betere tijden.
En ik heb het maar wat te vaak als een vlucht gezien, als het moeite hebben met volwassen worden. Een soort tekortkoming.
Maar is het dat wel?
Ik ben er eigenlijk achter dat ik meer een ‘thuiskomen’ verlang. Een beetje wat vreemde tijd nu, waar mijn eigen lijf mij niet dadelijk het onderkomen geeft dat ik verlang, dat mij rust geeft. En mijn woonst, letterlijk dan, een weerspiegeling is van datzelfde lijf; krottig en boordevol vol mankementen.
Aan het lijf wordt gewerkt en ik ben druk opzoek naar een nieuwe woonplek.
En intussentijd? Intussentijd kijk ik mezelf aan met meer mededogen. Af en toe dan toch al.
Nee, opzoek naar mezelf ben ik niet meer. En ik glimlach als ik dit neerschrijf want ik heb lang gedacht dat ik niet wist wie ik was. Een soort van schaamte kleurde daardoor mijn wangen altijd appeltjesrood.
Het mooiste en waardevolste wat ik heb gevonden in mijn zoeken is dat ik niet pas in één of andere vorm. Ik ben niet een welbepaald iets. Ik ben niet mijn pijn, ik ben niet ‘mijn-momenteel-niet-kunnen-werken’, ik ben niet ‘ik -heb-een-slechte-woonst’, ik ben ook niet enkel maar ‘Sofie’.
Ik ben gelukkig zoveel meer dan dat.
Ik ben mijn Broze wolf, ik ben mijn Roodkopje, ik ben iemands-vrouw -willen zijn maar even goed ben ik Shaffy’s ‘laat-me-mijn-eigen-gang-maar gaan’. Ik ben mama maar heb even goed mijn eigen vader en moeder nog zo nodig. Ik schrijf graag verhaaltjes maar zou even graag dicht tegen iemand willen aan kruipen en voorgelezen worden. Ik zorg graag maar wil soms ook oh zo graag verzorgd worden.
En zijn dat dingen om je voor te schamen?
Wil dat zeggen dat je niet volwassen in het leven staat?
Misschien was en is mijn grootste zwakte wel het eeuwig sterk willen zijn? En zijn al die tegenstellingen die ik in mezelf voel een teken van onkunde….? Tja, wijsheid komt niet alleen met mijn eigen naam, maar ook met de jaren. want ik kom er meer en meer achter dat de mens vooral juist de tegenstelling van zichzelf is. Het is misschien eerder de wetenschap en aanvaarding daarvan dat een soort volwassenheid met zich meebrengt?
Ik teken, schilder maak beeldjes, speel met woorden en muziek.
Ik dans figuurlijk en soms ook letterlijk door het leven.
Tja, en dan….?
Nee, ik heb geen eigen huis, geen auto, geen fantastische carrière en bedroevend weinig op mijn rekening staan.
Mijn status stelt dus weinig voor.
Ik heb het lang als een falen gezien, als een niets bereikt hebben.
En dat doe ik soms nog.
Maar als er iets positiefs is aan 4 jaar pijnen hebben is dat je alles gaat relativeren. Dat je enkel maar overblijft met jezelf.
Ik moet mezelf niet vinden, ik ben er al lang.
Een beetje ‘ongebruikt’ misschien.
Wat te veel mezelf laten liggen uit onzekerheden en door omstandigheden in en buiten mezelf.
In het ziekenhuis heb ik geleerd hoe beter om te gaan met pijn en vervelende aandoeningen.
En hoe dat te kunnen aanvaarden.
En ik ben dat wat gaan toepassen op hart en ziel.
Geen weerspiegeling meer van wat ik denk te moeten zijn, te moeten hebben, te moeten voorstellen.
Ik ben geen voorgeschreven boek en mijn bladzijdes verspringen hier en daar grondig. Je vindt in mij de hoogste top en het diepste dal. De wijze vrouw en het kleinste kind. En de realiteit vind ik vaak in de grootste fantasie.
Ik heb 1000 woorden maar misschien lees je mij het best woordeloos in mijn ogen.
Ik besta uit vele kleine stukjes die op een wat vreemde manier toch een geheel vormen.
Maar het is oké.
En nee, er is ook niks mis met mensen die duidelijk en overzichtelijk in elkaar steken.
Die zijn een stuk lichter, die blijven makkelijker aan de oppervlakte drijven.
Maar ik weet nu dat ik dat niet ben en nooit zal worden.
Dus ik ga niet meer naarstig op zoek naar iets anders, niet opzoek naar mensen die mij begrijpen, me boeiend vinden.
Diegene die dat doen vinden mij wel.
Want ik strooi rond wat ik te geven heb en wie wat wil heeft het maar te nemen.
(H)erkenning ligt niet in het hebben van een auto of huis.
Het ligt niet in het hebben van de juiste vorm of status.
Het zit in een bedankje, een glimlach, een kaartje, het kunnen laten lachen. Het zit in helpen waar kan, een berichtje op je telefoon, een ‘ik-heb-er-aan-gedacht’.
Het zit in twinkelde ogen, blozende wangen, in een ‘vind ik leuk’ op Face book.
Het zit in ‘en hoe is het nou met jou?’Het zit in de moeite doen, in het de moeite vinden.
En bij wie ik dat niet kan vinden, die hoef ik ook niet meer.
Leven en laten leven.
Het enige wat ik dan nog hoop is dat iedereen, ook diegene die ik niet kon vinden en/of zij mij niet, weten dat er maar één leven is.
En dat dat nu te leven is. Niet morgen, overmorgen of binnen 5 jaar.
Waarom lijken we dat zo vaak te vergeten?
Maar hoe dan ook, ik wens ieder op zijn of haar manier het beste leven toe.
Ook mezelf.
En das al heel wat.
Dat voor elk pad dat langs elkaar heen loopt er ook af en toe een pad is dat je kruist, is een wetenschap die ik stilaan met veel vreugde aan het verwerven ben.
En nee ik hoef geen landkaart, geen GPS. Ik ga mijn eigen weg wel en kijk vol spanning uit naar wat moet komen.
Misschien zal ik af en toe verdwalen in één of ander bos door de bomen, hier en daar een verkeerde afslag nemen en in het opwaaiend zand een fata morgana voor waar aanzien. Maar ik zal genieten van elke bank naast de weg, van elk land- en gezelschap.
En voor wie er ooit op mijn weg zal komen; wees welkom.
En voor zij die al een weg met mij hebben afgelegd of nog aan het afleggen zijn: Bedankt!
Ps: zullen we volgend jaar met Pasen paaseieren gaan rapen?
(wel op de voorwaarde dat het rood op onze wangen dan niet van schaamte maar van plezier is)
Lieve Lente-groet,
SoFia X














































