RSS

(Blad)wijzer

kaartje "Bladwijzer" Made By SoFia

Het is toch even wennen, het eerste jaar geen eieren rapen.
Of beter gezegd, het eerste jaar niet meer kijken naar één en al levenslust dat de tuin afstruint naar lekkers.
Met haar bijna 12 vindt ze zichzelf ‘te oud’….
En even vroeg ik me af hoe oud ik me dan in feite niet zou moeten voelen…
Maar in plaats van een oud- zijn -gevoel vulde een kinderlijk verlangen om weer zelf paaseieren te zoeken mij.

Ik heb lang gedacht dat ik moeite had met volwassen worden, en dat zal ook best, maar dat is het niet helemaal. dat is het niet alleen.
Toen een tijdje geleden dat zelfde bijna12-jarig ding, na een moeilijke dag in een moeilijke periode, huilend op mijn schoot kroop en met het nodige gevoel voor drama me vertelde dat ze zo graag weer een klein kind zou zijn. zodat ze zich van niets bewust was, ze gewoon in geluk en onschuld leven kon, begreep ik haar volkomen.
In al mijn troost die ik haar wou geven moest ik natuurlijk ook eerlijk blijven en haar vertellen dat deze dingen bij het leven horen.
Dat er vaak dingen gebeuren die moeilijk zijn, je je soms moeilijk voelt… het hoort erbij.
Niet makkelijk, maar ik kon haar troosten met de wetenschap dat ook de goede dingen, het mooie, vanaf dan even intens zou zijn.
Ook dat hoort bij het groter worden, bij het meer bewust  leven.
Niet voor niets is een ‘flatline’ in de medische wereld de dood.
En wordt elke hartslag met pieken en dalen opgetekend.

Terwijl ze zo verdrietig in mijn armen lag en ze zich in mijn troost wikkelde,verlangde ik even zeer als zij naar de onwetendheid, naar het gewoon gelukkig zijn, zonder meer.
Ik vertelde haar dat het een ‘soort vlucht’ was, maar ook heel begrijpelijk.

Later bedacht ik dat mijn troostende woorden ook voor mezelf konden dienen.
Want, ik lijk altijd een onverwoestbaar heimwee te hebben naar mijn kindertijd, naar betere tijden.
En ik heb het maar wat te vaak als een vlucht gezien, als het moeite hebben met volwassen worden.  Een soort tekortkoming.
Maar is het dat wel?
Ik ben er eigenlijk achter dat ik meer een ‘thuiskomen’ verlang. Een beetje wat vreemde tijd nu, waar mijn eigen lijf mij niet dadelijk het onderkomen geeft dat ik verlang, dat mij rust geeft.                             En mijn woonst, letterlijk dan, een weerspiegeling is van datzelfde lijf; krottig en boordevol vol mankementen.

Aan het lijf wordt gewerkt en ik ben druk opzoek naar een nieuwe woonplek.
En intussentijd? Intussentijd kijk ik mezelf aan met meer mededogen. Af en toe dan toch al.
Nee, opzoek naar mezelf ben ik niet meer. En ik glimlach als ik dit neerschrijf want ik heb lang gedacht dat ik niet wist wie ik was. Een soort van schaamte kleurde daardoor mijn wangen altijd appeltjesrood.

Het mooiste en waardevolste wat ik heb gevonden in mijn zoeken is dat ik niet pas in één of andere vorm. Ik ben niet een welbepaald iets. Ik ben niet mijn pijn, ik ben niet ‘mijn-momenteel-niet-kunnen-werken’, ik ben niet ‘ik -heb-een-slechte-woonst’, ik ben ook niet enkel maar ‘Sofie’.
Ik ben gelukkig zoveel meer dan dat.
Ik ben mijn Broze wolf, ik ben mijn Roodkopje, ik ben iemands-vrouw -willen zijn maar even goed ben ik Shaffy’s ‘laat-me-mijn-eigen-gang-maar gaan’. Ik ben mama maar heb even goed mijn eigen vader en moeder nog zo nodig. Ik schrijf graag verhaaltjes maar zou  even graag dicht tegen iemand willen aan kruipen en voorgelezen worden. Ik zorg graag maar wil soms ook  oh zo graag verzorgd worden.
En zijn dat dingen om je voor te schamen?
Wil dat zeggen dat je niet volwassen in het leven staat?
Misschien was  en is mijn grootste zwakte wel het eeuwig sterk willen zijn? En zijn al die tegenstellingen die ik in mezelf voel een teken van onkunde….?  Tja, wijsheid komt niet alleen met mijn eigen naam, maar ook met de jaren. want ik kom er meer en meer achter dat  de mens vooral juist de tegenstelling van zichzelf is. Het is misschien eerder de wetenschap en aanvaarding daarvan dat een soort volwassenheid met zich meebrengt?

Ik teken, schilder maak beeldjes, speel met woorden en muziek.
Ik dans figuurlijk en soms ook letterlijk door het leven.
Tja, en dan….?

Nee, ik heb geen eigen huis, geen auto, geen fantastische carrière en bedroevend weinig op mijn rekening staan.
Mijn status stelt dus weinig voor.
Ik heb het lang als een falen gezien, als een niets bereikt hebben.
En dat doe ik soms nog.

Maar als er iets positiefs is aan 4 jaar pijnen hebben is dat je alles gaat relativeren. Dat je enkel maar overblijft met jezelf.
Ik moet mezelf niet vinden, ik ben er al lang.
Een beetje ‘ongebruikt’ misschien.
Wat te veel mezelf laten liggen uit onzekerheden en door omstandigheden in en buiten mezelf.

In het ziekenhuis heb ik geleerd hoe beter om te gaan met pijn en vervelende aandoeningen.
En hoe dat te kunnen aanvaarden.
En ik ben dat wat gaan toepassen op hart en ziel.
Geen weerspiegeling meer van wat ik denk te moeten zijn, te moeten hebben, te moeten voorstellen.

Ik ben geen voorgeschreven boek en mijn bladzijdes verspringen hier en daar grondig. Je vindt in mij de hoogste top en het diepste dal. De wijze vrouw en het kleinste kind. En de realiteit vind ik  vaak in de grootste fantasie.
Ik heb 1000 woorden maar misschien lees je mij het best woordeloos in mijn ogen.

Ik besta uit vele kleine stukjes die op een wat vreemde manier toch een geheel vormen.
Maar het is oké.
En nee, er is ook niks mis met mensen die duidelijk en overzichtelijk in elkaar steken.
Die zijn een stuk lichter, die blijven makkelijker aan de oppervlakte drijven.
Maar ik weet nu dat ik dat niet ben en nooit zal worden.

Dus ik ga niet meer  naarstig op zoek naar iets anders, niet opzoek naar mensen die mij begrijpen, me boeiend vinden.
Diegene die dat doen vinden mij wel.
Want ik strooi rond wat ik te geven heb en wie wat wil heeft het maar te nemen.
(H)erkenning ligt niet in het  hebben van een auto of huis.
Het ligt niet in het hebben van de juiste vorm of status.
Het zit in een bedankje, een glimlach, een kaartje, het kunnen laten lachen. Het zit in helpen waar kan, een berichtje op je telefoon, een ‘ik-heb-er-aan-gedacht’.
Het zit in twinkelde ogen, blozende wangen, in een ‘vind ik leuk’ op Face book.
Het zit in ‘en hoe is het nou met jou?’Het zit in de moeite doen, in het de moeite vinden.

En bij wie ik dat niet kan vinden, die hoef ik ook niet meer.
Leven en laten leven.
Het enige wat ik dan nog hoop is dat iedereen, ook diegene die ik niet kon vinden en/of  zij mij niet, weten dat er maar één leven is.
En dat dat nu te leven is. Niet morgen, overmorgen of binnen 5 jaar.
Waarom lijken we dat zo vaak te vergeten?

Maar hoe dan ook, ik wens ieder op zijn of haar manier het beste leven toe.
Ook mezelf.
En das al heel wat.

Dat voor elk pad dat langs elkaar heen loopt er ook af en toe een pad is dat je kruist, is een wetenschap die ik stilaan met veel vreugde aan het verwerven ben.
En nee ik hoef geen landkaart, geen GPS. Ik ga mijn eigen weg wel en kijk vol spanning  uit naar wat moet komen.
Misschien zal ik af en toe verdwalen in één of ander bos door de bomen, hier en daar een verkeerde afslag nemen en in het opwaaiend zand een fata morgana voor waar aanzien. Maar ik zal genieten van elke bank naast de weg, van elk land- en gezelschap.
En voor wie er ooit op mijn weg zal komen; wees welkom.
En voor zij die al een weg met mij hebben afgelegd of nog aan het afleggen zijn: Bedankt!

Ps: zullen we volgend jaar met Pasen paaseieren gaan rapen?
(wel op de voorwaarde dat het rood op onze wangen dan niet van schaamte maar van plezier is) ;-)

Lieve Lente-groet,

SoFia X

 
1 Comment

Geplaatst door op 9 april 2012 in Geen categorie

 

Broze Lente

Een “Broze wolf” verhaaltje.

Lees alle verhaaltjes over Roodkopje en de Broze wolf in chronologische volgorde op de pagina “De Broze wolf” (zie zijbalk). Gewoon aanklikken!

Kaartje “Lente” Made By SoFia

Plots zag Roodkopje door haar gesloten ogen heen een schaduwkant.
Ze lag aan de waterkant wat te rusten en wist zonder haar ogen open te doen dat die schaduwkant Broos was.
“Wooolllfff, ga even opzij joh, je staat in mijn zon” prevelde ze tussen haar tanden.
De Broze wolf trok de grasstengel tussen de tanden van Roodkopje uit en begon enthousiast aan zijn verhaal.
“Koppie, het is bijna Pasen hè en ik zou zo graag Paaseieren rapen”
Roodkopje deed nu haar ogen open.
“Jij wil wat?” vroeg ze .
“Paaseieren rapen” antwoordde de wolf die nu naast Roodkopje was komen liggen.
“Ben je daar niet wat te groot voor geworden?” glimlachte Roodkopje.
De Broze wolf opperde dat hij er ook niet kon aan doen dat hij gegroeid was en dat hij het eigenlijk zelfs vrij discriminerend vond dat de 7 dwergen van Sneeuwwatje nog wél klein waren en bleven.
En hij bedacht zich of zij dan nog wel klein genoeg waren om Paaseieren te rapen?
“Ik bedoel, ben je niet te oud voor nog Paaseieren te rapen”? verbeterde Roodkopje zich zelf.
“Tsss, de 7 geitjes zijn ook al 295 jaar en ik wéét dat zij wél paaseieren mogen rapen” mopperde de wolf.
“Jij bent 305, wordt het geen tijd dat je volwassen gaat worden” antwoordde Roodkopje.
“Eihhhh” kirde de wolf het nu uit en en liep naar het water.
“Wat heb ik een hékel aan die woorden!” vervolgde hij en herhaalde met een toneelstemmetje de zin terwijl hij kiezelsteentjes over het water ketste

Roodkopje was recht komen zitten. “Serieus wolvenkop, Paaseieren rapen is voor kleintjes. Enkel daar komen de Paas -klokken, -hazen en -vossen nog voor”.
“Ja maar ik had zo’n ideetje” antwoordde de wolf.
Roodkopje keek bedenkelijk, o wee als Broze wolven een ‘ideetje’ hebben.
“Ik dacht namelijk dat jij lekkere chocolade eieren kon maken en euhhh..; misschien ook zo van die Paaskoeken…. je weet wel met zo’n lintje om in de bomen te hangen..; en ehhhh paasschuimpjes, zo’n roze, gele en witte…. guimauvekes noemen ze dat… hmmm ja….. En oeeeh, kan je dan ook zo van gekleurde stippeltjes in de chocolade eieren steken, dan rammelen ze zo” en de wolf schudde met zijn hand alsof er al een ei inzat.

Roodkopje antwoordde dat ze wel chocolade eieren en koek kon maken, maar veel gezoek voor de wolf was er dan ook niet bij.
De wolf legde uit dat Roodkopje al dat lekkers moest gaan verstoppen, de wolf niet mocht kijken en hij daarna alles mocht gaan zoeken en bijeenrapen in een mandje.

“Je denkt toch niet dat ik al dat werk ga doen omdat jij als een klein kind zo hoognodig eieren wil gaan zoeken” antwoordde Roodkopje. “Weet je trouwens wel waar Pasen vandaan komt?” vroeg ze schooljuffrouw -achtig.
“Pfff, één of andere dode Harry die weer levend werd of zo” antwoordde de wolf wat ongeïnteresseerd.
Maar plots zag hij zijn kans schoon en wreef onder Roodkopje haar neus dat die beruchte man ‘volwassen’ was en toch ook over water ging hotsen, weer ging opstaan van de doden en met broden en vissen ging spelen.
“Is dat iets waar een volwassen man zich moet mee bezig houden dan, hè?” vroeg de wolf wat wijsneuzig.
“Ah nee hè, maar die man was niet te beroerd zich wat te amuseren, waarom mag ik dat dan niet?” ging hij verder.

Roodkopje wou een hele uitleg gaan doen over verhalen en dubbele bodems, maar bedacht zich. Ze had geen zin om een discussie aan te gaan, ze wou lekker in de zon liggen.
“Trouwens het woord Pasen komt van Pesach en dat heeft wat te maken met een tienden plaag die over Egypte heerste” zei ze erachter.
“Euhhh, dit is Egypte niet en als die plaag chocolade eieren inhoudt, laat dan maar komen!” gniffelde de wolf en drentelde als een klein kind langs de waterkant.
“nee man, het was de bevrijding van die plaag die ze dan gingen vieren…. “ antwoordde Roodkopje nu wat lichtelijk geïrriteerd omdat  de Broze wolf steeds in haar zonlicht huppelde.
De wolf opperde dat als die egyptenaren of wie dan ook Pasen wél mochten vieren waarom hij dat dan niet mocht.
“we moeten de lente toch vieren,  de bomen die  in bloesem gaan staan, bloemetjes in bloei,de vogels die hun eieren gaan leggen” zei de wolf lyrisch.
“ja en dan mag ik chocolade eieren gaan leggen zeker” antwoordde Roodkopje wat smalend. “Zie ik er misschien uit als een vogel of kip?”
“Na ja, je kan soms wel al kakelen als een kip” grinnikte de wolf die zich daarna nog net kon bukken voor een dikke kiezelsteen te ontwijken die uit de richting van Roodkopje kwam.

De Broze wolf ging weer voor Roodkopje staan met “Pleeeeeeeeeaaaaaaaaaaaaassssssssssssssse”.
Roodkopje wist dat als Broze wolven iets in dat wolvenhoofd hadden je het er toch niet uit kreeg en ze zo ook nooit rustig in de zon kon liggen,  en ze gaf uiteindelijk toe.

In haar huis gingen de wolf en Roodkopje aan de slag met eieren , koek en guimauvekes maken.
Nou ja, Roodkopje toch. De wolf liep meer te klieren en overal zijn dikke klauw in te steken om te ‘proeven’.
“Gezellig toch hè” vroeg hij met fonkelende oogjes.
Roodkopje moest toe geven dat het wel wat had, vooral al ze zag hoe opgewonden en blij de wolf was.
“Dit noemen ze dan ook ‘voorgenieten’” zei de wolf enthousiast.
“En ik ben er nog steeds niet uit wat ik het leukst vind” ging hij verder. “het voorgenieten of genieten zelf”. En hij wreef vol genoegen in zijn handjes.
Roodkopje glimlachte en voelde een warme zweem van genot langs haar heen waaien.

Toen de chocolade eieren hard waren (hier en daar stonden afdrukken van wolvenpoten in omdat de wolf om de 2 minuten wou gaan voelen of ze al goed waren), de koeken afgekoeld en de guimauvekes opgesteven, was alles klaar om verstopt te worden.
“Moet je nu geen 2 hazenoren op?” vroeg de Broze wolf giechelend.
Roodkopje die met haar mandje vol lekkers net naar buiten wou gaan keek hem met een vurige vernietigende blik aan.
“ik kan die eieren natuurlijk ook aan de 7 geitjes gaan geven hè” antwoordde ze.

De wolf zweeg en beloofde plechtig niet te kijken.
Roodkopje deed voor alle zekerheid haar gordijntjes dicht en ging buiten in het bos alles verstoppen, hangen en leggen.
Even later, toen alles verstopt was, mocht de wolf naar buiten.
En met het mandje van Roodkopje liep hij op zijn tippen door het gras alsof op elke vierkante centimeter een eitje zou liggen.
Roodkopje grinnikte en genoot van hoe enthousiast de wolf was als hij een ei, koek of guimauveke had gevonden.
En om het feest nog wat langer te laten duren pakte ze zo af en toe, als de wolf niet keek, een ei dat de wolf al had geraapt uit het mandje en verstopte het terug.

Toen alle eieren waren geraapt (1 of 2 maal)en ze wat lagen na te genieten aan de waterkant zuchtte de wolf “zooo leuk!….. alleen zo jammer dat het al over is…… kunnen we het niet nog es doen? gewoon alles nog een keertje verstoppen?”
Roodkopje wou eerst zeggen dat het een absurd plan was maar voelde zo diep binnenin een Paaskriebel.
“Ach weet je wat, laten we dat gewoon doen!” riep ze enthousiast.
De Broze wolf kon zijn oren amper geloven en was door het dolle heen.
“Je vindt het ook leuk he”zei hij terwijl hij Roodkopje in de zij porde. “Geef maar toe”.
“Moet jij niet aan de waterkant wat over het water gaan turen zodat ik die eieren kan verstoppen of hoe zit het” glimlachte Roodkopje.

En zo herhaalde het hele raap en zoek festijn zich voor en tweede keer.
Even overwogen ze een 3de keer maar het begon al te schemeren.
Toen ze in het avondrood aan de waterkant lagen en de wolf voor de 4de keer zijn buit aan Roodkopje liet zien reageerde Roodkopje plots wat krikkel.
“jahaaaa, ik weet het nu wel, jij hebt allemaal paaseieren enzo mogen rapen. Fijn voor je, maar ik heb hard moeten werken.”
“Ik heb daarvoor ook al 20000 keer bedankt hè” antwoordde de Broze wolf.
“Wil je misschien ook een eitje of zo, neem maar hè” ging hij verder.
“Nee dank je, het zijn jouw eieren, jij hebt ze geraapt”. antwoordde Roodkopje.
De wolf vroeg Roodkopje of ze misschien wat jaloers was en ze graag ook Paaseieren had gezocht.
“Ben je gek, weet je wel hoe oud ik ben, dan zoek je geen Paaseieren meer”
Toen de wolf haar vertelde dat hij volgens haar ook te oud was voor zulke dingen maar hij vreselijk blij was en genoten had van heel het Paasgebeuren antwoordde Roodkopje:
“Ik wil nu graag wat gaan rusten. Dus slaapwel en tot morgen.” en ze liep naar haar huisje.
De wolf begreep eerst niet waarom Roodkopje plots zo vervelend  reageerde. Dus ging hij even diep in zichzelf kijken wanneer hij zo vervelend reageerde.
Als hij zijn zin niet kreeg, vervelende klusjes moest doen, hij niet in slaap kon geraken (maar dat telde niet mee want dan deed hij vervelend tegen zichzelf), als hij pijn had of…. als iemand iets had gezegd dat waar was maar dat hij niet wou toegegeven.
Dat laatste kwam van vorm het beste overeen met dat van Roodkopjes reactie.

Toen Roodkopje in haar bedje lag voelde ze zich wat alleenig.
wat ze vreemd vond want ze lag meestal alleen in haar bed maar dan had ze dat gevoel niet.
Als ze heel eerlijk was had ze inderdaad ook graag Paaseieren gezocht, had ze ook graag gehad dat iemand dat voor haar had gedaan. “Maar ja, Roodhoofd vond dat weer te kinderachtig” zei ze luidop tegen zichzelf.
En ze schoot haast in de lach want in al haar pogingen volwassen te zijn lag ze nu maar mooi met het meest kinderachtige gevoel in bed.

Toen ze de volgende ochtend wakker werd en haar schoentjes wou aantrekken schrok ze zich wezenloos.
want in haar schoenen zaten 2 chocolade ventjes die als je heel goed keek een Sint en zwarte piet moesten voorstellen. Naast haar schoenen stond een nieuw en prachtig gevlochten mandje en rond haar schoenen lagen nog wat letterkoekjes in de vorm van ‘ROODKOJE’. En ze wist meteen dat dit het werk was van de Broze wolf. Die had natuurlijk niet van de koekjes kunnen afblijven de ‘P’ opgegeten.

Ze liep naar de waterkant en zag daar de Broze wolf liggen die een verwoede poging deed om zo onschuldig mogelijk te kijken.
“Kijk wolf, Sinterklaas is bij mij geweest” glimlachte Roodkopje.
“oww zoo, ik dacht dat die alleen maar bij kinderen langs kwam” antwoordde de wolf met zijn lippen geteut als een deftig meneertje.
“Misschien ben ik ook nog wel af en toe een heel klein beetje veel een kind hè…” grinnikte Roodkopje en zette zich naast de wolf.
“hèhè eindelijk!” riep de wolf “ga je nu ophouden met al dat ‘ik-ben-volwassen-gedoe’”
“Nee” antwoordde Roodkopje “maaaaar, ik ga ook wel het kind in mij bewaren”.
Toen ze had uitgelegd aan de wolf dat ze geen écht kindje in haar had en nee dat er geen klein Roodkopje bij kwam maar ze het gevoel van kind-zijn bedoelde keek de wolf blij en tevreden over het water.

“Trouwens wel ergggg vroeg voor Sinterklaas om zo langs te komen hè” zei Roodkopje.
“Jahaaa, maar das een speciale Sint hè” antwoordde de wolf “Een lente-Sint, dat is dan ook de beste Sint die er is hè” ging hij verder.
Roodkopje beaamde dat volmondig.
“Je hebt nog een stukje ‘P’ aan je mond hangen Lente-sint” grinnikte ze.

Toen de Broze wolf aan Roodkopje vroeg om verstoppertje te spelen antwoordde ze dat hij nu ook niet moest overdrijven met het ‘kind-zijn-gevoel’.
Maar voor ze uitgesproken was hoorde ze al ver in het bos: “ tot 100 tellen oké?”

En tot ver in de lenteavond hoorde je niet alleen de vogels zingen maar ook “wie niet weg is gezieeeeeeeennnnn”

Made By SoFia

 
Leave a comment

Geplaatst door op 3 april 2012 in Geen categorie

 

Over de grens

(Lees alle verhaaltjes op deze pagina in volgorde onder “De Broze wolf” (zie zijbalk))

Schilderwerkje "over de grens" (detail) made by SoFie

De eerste lentezon rolde als een goudgele bal door de lucht en dag.
De zondag lag voor de voeten van de Broze wolf.
Roodkopje kwam vrolijk aandrentelen.
“Kom op wolvenkop, we gaan wandelen, het bos in en daarna gaan we om ter eerste naar het snoephuis rennen en achter de oude eik over de 78 paddenstoelen springen!” ratelde ze enthousiast.
“Ik denk dat ik liever gewoon wat aan de waterkant blijf liggen kopje” antwoordde de wolf.

Maar Roodkopje was duidelijk niet van plan het daar bij te laten en trok aan de wolf zijn arm. “Aleeeeeeeee, toe nou!” riep ze en keek hem met donkerbruine roodkoppige ogen aan.
En omdat de Broze wolf te breekbaar was voor Roodkoppige ogen ging hij toch maar mee.

Na het wandelen opperde de wolf dat hij nu terug naar de waterkant ging. “Neeeeeheeee, geen race naar het snoephuis, laat staan die 78 paddenstoelen” zei hij al lichtelijk uitgeput.
“agos jankerd!” snauwde Roodkopje wat teleurgesteld. “Dat sprintje naar het snoephuis kàn jij toch nog wel, of ga je zeggen dat je te slap bent haha” lachte Roodkopje.
De Broze wolf was op die moment ook te slap, maar als je nu één ding niet moet zeggen tegen brozen wolven is dat ze zijn wat ze zijn. Broos.

Hij wikkelde zijn broos-zijn in tientallen stoere woorden en liep in een wat moeilijke hink stap sprong naar het snoephuis.
Roodkopje die natuurlijk als eerste aankwam stond te lachen met het wat rare huppeltje van de Broze wolf.
“En nu de 78 paddenstoelen!” riep Roodkopje terwijl ze al naar de eerste paddenstoel rende.
“Ik…. ka….nie….padde…. moet … stoel… hebben” krochten de uitgeputte wolf.
“euhhhh… wat zeg je?” vroeg Roodkopje wat verwart.
“Die rotpadde…mag je … op… stoelen…” kraakte de wolf snakkend naar adem.
“Wat is ‘opstoelen’?” vroeg Roodkopje wat verbaasd.
De Broze wolf kon geen woord meer uitbrengen maar gelukkig spraken zijn ogen nog wél.
En Roodkopje wist wat die blik wou zeggen. Er was wat.
Ze voelde zich wat dom want ze wist niet wat ‘opstoelen’ wou zeggen en ze kreeg het idee dat ze dat dus wél moest weten.
De Broze wolf plofte neer op de eerste beste paddenstoel en bleef over het roodgestipte ding hangen als een jas over een arm.

schilderwerkje "Over de grens" (detail) made by SoFie

Maar Roodkopje die nog steeds niet wist wat er aan de hand was dacht dat de wolf een poging deed om over de paddenstoel te springen en gaf een duw tegen zijn wolvenkont.
De Broze wolf stuikte met een dreun van de paddenstoel.
“Gadverrrrrr!” riep de wolf klagend kwaad. “laat me nou toch even op die paddestoel!”
“ahhh, dat is dus ‘opstoelen’…” prevelde Roodkopje zachtjes.
“Opstoelen?” snauwde de wolf “wat loop jij nu weer te raaskallen!”
De Broze wolf was moe, had pijn en was daarom erg snibbig en boos. Boos op Roodkopje omdat die hem had aangezet om te gaan wandelen en rennen en springen.
En dat vertelde hij ook tegen Roodkopje. Nou ja… vertellen….hij braakte het uit als een uilenbal.
“Allemaal jouw schuld!” kloeg hij en keek als een klein mokkend wolvenjong van haar weg.
Roodkopje zei niets en liep terug het bos in.
“Jahaaaa, loop nou maar weg he. typisch!” riep de wolf haar nog na.
Roodkopje liep haar huis in en begon te rommelen.
Ze keek in de koekjestrommel, de ladekast, onder de mat, tussen de kussens van de bank, in schoenendoos 24, achter de choco-pot, onder de vorken, tussen bladzijde 67 en  68 van haar lievelingsboek,  in haar winter-sokken, boven en onder de onder-hemdjes en achter de foto van haar oma die aan de muur hing. (De foto, niet de oma.)

“waar heb ik dat nou gelaten he” zuchtte ze terwijl ze voorover gebogen in de rieten mand vol tijdschriften zat te graaien.
“ahhhhh!” riep ze plots verheugd, haar haren verwart en haar jurk in 80 kreuken geplooid. “ik heb het!”.
En ze hield een mooi roodfluwelen zakje in de lucht.
De Broze wolf die ondertussen tot aan het huis van Roodkopje was geslenterd stond in de deur opening en begon al meteen weer te klagen over hoe Roodkopje niet dit en niet dat had mogen vragen.
 Maar Roodkopje onderbrak hem met een; “Hou nou toch es op met janken, klaagblok!”
“ Ik heb wat voor je” zei ze fier en hield het zakje voor de wolf zijn neus.
“Zijn het Gemberkoekjes?!” riep de wolf verrukt.
“Das lief had je niet moeten doen, t is je al lang vergeven hoor” klepte hij  terwijl hij het zakje open maakte.
“Chocoladekoekjes of caramelbollen zijn ook al goed, ben ik ook blij mee” ratelde hij verder.

“uh?!…. wat is dit?” vroeg de wolf toen hij een paar fijne zilveren lijntjes uit het zakje haalde. “Nieuwe snoepstokjes?” en hij stak een lijntje in zijn wolvenbek om te proeven.
“eeihhhhh, wat vies! Het smaakt naar stoplijm”.
Roodkopje antwoordde de wolf dat de lijntjes niet diende om op te eten.
“Het is een zakje vol grenzen” zei ze deftig.
“Grenzen?, wat moet ik daar nu mee” vroeg de wolf wat teleur gesteld dat het geen lekkerbekkig iets was.
“Die grenzen kan je trekken of nemen.” ging Roodkopje verder.
“Kijk maar”. En ze pakte een fijn lijntje en trok het tot een lange grens. Ze legde de grens voor zich neer.

Schilderwerkje "Over de grens" made by SoFie

“Mooi trucje hoor, prachtig grensje, maar wat is daar nu zo bijzonder aan?” vroeg de wolf.
Roodkopje vroeg de wolf om eens te proberen over de grens, die ze had gelegd, heen te stappen.
De Broze wolf probeerde over, onder, langs en boven de grens te komen. Maar wat hij ook probeerde, het lukte niet.
“Hoe kan dat nou?!” riep hij.
“ahhh,” zei Roodkopje “ik heb mijn grens getrokken. Het is tot hier en niet verder. én het is ook duidelijk voor iedereen, iedereen kan mijn grens zien, horen of voelen, want ik heb ze aangegeven”

De wolf keek haar verweesd aan, niet helemaal vattend wat Roodkopje hier nu mee bedoelde.
“Dat had jij daarstraks dus moeten doen, je grens trekken” ging Roodkopje verder. “je had duidelijk moeten aangeven dat je niet wou of verder kon”.
De wolf verzette zich en zei: “jaahaaaa maaaar jij vroeg me mee en jij trok aan mijn arm (wat trouwens ook al pijn deed, maar dat zette hij tussen haakjes).
Roodkopje glimlachte “Het is natuurlijk makkelijk andere de schuld te geven, maar niet als je zelf niet eerst duidelijk bent geweest en je grens niet hebt getrokken. Als je dat wél had gedaan dan had ik niet eens aan je arm kunnen trekken”.
“Oké, oké,” zei de wolf wat geïrriteerd “geef maar hier dat zakje met grensgevallen”.

De  volgende dagen gebruikte de Broze wolf zijn grenzen te pas en te onpas.
Hij wou niet gaan wandelen omdat hij te moe was, hij wou de was niet ophangen omdat zijn armen en schouders te veel pijn deden.
Oké, dat begreep Roodkopje nog wel.
Maar dat hij een vraag niet wou beantwoorden omdat hij daar geen zin in had, het eten niet wou klaarmaken omdat HIJ geen honger had. De afwas niet wou doen omdat hij dat niets voor wolven vond, dààr kreeg Roodkopje meer en meer moeite mee.
Maar als ze er wat van zei schudde de Broze Wolf met het zakje grenzen. “Tja, je hebt zélf gezegd dat ik mijn grenzen moest trekken he” antwoordde hij dan wat wijsneuzig zoals alleen een wolvenneus wijzig kan zijn.

Schilderwerkje "over de grens" (detail)

Toen Roodkopje op een mooie lentedag mee aan de waterkant wou komen liggen, aan de Broze wolf vroeg om wat op te schuiven en deze weer met dat zakje grenzen kwam aanzetten, had ze er genoeg van.
“Ik denk dat het tijd is om het zakje met grenzen aan me terug te geven” zei ze tegen de Broze wolf.
“Oww zo, jij bent mooi jij.” zei de Broze wolf. “Je geeft me wat en daarna ga je het terug vragen! Fraai!”
“Ik heb je het zakje met grenzen gegeven, maar dat wil toch niet zeggen dat je al mijn grenzen moet opgebruiken!” antwoordde Roodkopje wat krikkel.
“Straks is het zakje leeg en ben ik grenzeloos!” ging ze verder.

“Gegeven is gegeven” zei de wolf streng en hield het zakje grenzen dicht tegen zich aangedrukt.
“Wolf, ik wil dat zakje grenzen toch heel graag terug nu” en Roodkopje stak haar hand uit om de grenzen in ontvangst te nemen.
Maar de Broze wolf weigerde het zakje grenzen terug te geven.
Erger nog, hij hield het het zakje voor  Roodkopje en net als ze het wilde pakken trok hij het de lucht in.

Roodkopje werd nu echt heel kwaad en probeerde het zakje grenzen bij de wolf terug te grijpen.
De Broze wolf maakte er een gemeen spelletje van en begon Roodkopje vreselijk te jennen.
En plots was Roodkopje zoooo kwaad dat ze de wolf een duw gaf en deze met een geweldige plof op de grond viel.
Met onder zich het zakje grenzen.
“Wat doe je nou” riep de wolf wat onthutst terwijl hij weer recht krabbelde.
Roodkopje die het zakje grenzen van de grond had opgeraapt snikte het uit “kijk hier, je hebt al mijn grenzen stuk gemaakt!” en ze schudde het zakje gebroken grenzen op de grond uit.

De Broze wolf schrok maar verweerde zich met een: “tja, had jij me ook niet moeten duwen he.” maar hij slikte zijn woorden terug zijn wolvenkeel in want de ogen van Roodkopje spraken meer dan 1000 woorden.
Het was warm in de ogen van Roodkopje, wat zeg ik, het was heet, zinderend heet. Zo heet als bliksem en vuur alleen kan zijn.
De Broze wolf wou zich niet aan Roodkopje haar ogen verbranden dus probeerde hij die wat te blussen met een : “misschien heb je ook geen grenzen nodig he. Als je geen grenzen hebt kan er ook niemand over heen he, ook jij zelf niet”
Maar de ogen vlamde nog steeds. Ze zweeg, draaide zich om en liep naar het bos haar huis in.

De volgende dag klopte de Broze wolf voorzichtig op de deur bij Roodkopje.
“Mag ik binnen komen?” prevelde hij voorzichtig.
Roodkopje deed zonder wat te zeggen de deur open en liet de Broze wolf binnen.
De Broze wolf had een Roodfluwelen zakje in zijn handen.
“Roodkopje, je moet je geen zorgen maken want…” begon de wolf.
Maar hij kon zijn zin niet afmaken.
“Zorgen maken?!” riep Roodkopje kwaad. “Zie ik er uit alsof ik me ‘zorgen maak he?!” En ze werd kwader met het woord dat uit haar Roodkoppig hoofdje kwam.
“Wààr héb jij het toch over! Ik mààk me ook geen zorgen, ik ben alleen àl mijn grenzen kwijt en dat allemaal omdat ik jou wou helpen!!!” Riep ze nu zo hard dat al haar woorden buiten hun zinnen traden.

“Maar ik heb dat niet gevraagd he” mompelde de wolf wat bedremmeld. “Misschien ben jij zo ook wel over je grens gegaan, door mij te willen helpen” prevelde hij verder.
En toen hij zag dat wolkjes hete lucht, ook wel eens stoom genoemd, rond het hoofd van Roodkopje zweefde, probeerde hij  het nog eens met een : “maar je moet je geen zorgen maken, echt niet want..”

“Als jij nog één keer zegt dat ik me geen zorgen moet maken dan ga ik gillen” riep ze zo hard dat de woorden tegen de muren van haar huis stuk vlogen.
“En nu wil ik dat je gaat!!!” en ze hield de deur open.

De Broze wolf liep snel het huis uit. Als hij ergens een hekel aan had waren het wel gillende Roodkopjes. Iedereen wist dat zulke gillen wel een week lang in je oren konden blijven zitten!
Hij moest er niet aan denken.
Roodkopje sloeg de deur zo hard dicht dat je het 54 sprookjesbossen verder nog kon voelen.

En toen zag ze het zakje liggen dat wolf net in zijn handen had.
Het was het zakje van haar grenzen.
Ze deed het zakje open en schudde het voorzichtig leeg op haar tafel.
Tranen sprongen in haar ogen, nu niet van woede maar van ontroering.
Want op haar tafel lagen haar terug in elkaar geknutselde grenzen, zorgvuldig terug in elkaar gezet. Sommige wel met honderden kleine stukjes weer aan elkaar geplakt. Hier en daar een beetje schots en scheef. Hier en daar hingen dikke druppels opgedroogde lijm. Maar het was fantastisch. Nog nooit had iemand zoveel moeite gedaan voor haar.

Roodkopje liep naar de waterkant, ging naast de Broze wolf zitten en zag hoe zijn handen helemaal vol schrammen en lijm zaten.
“Het euhhh… het is wel erg lief wat je gedaan hebt met mijn grenzen, dat was vast wel wel erg veel werk” zei ze zachtjes.
“ach, das graag gedaan. En wat is een nachtje werken he” antwoordde de wolf wat stil.
“ik had misschien ook niet zo met je grenzen moeten spelen he…” ging hij verder.
“En ik had misschien niet meteen àl mijn grenzen aan jou moeten geven…” antwoordde Roodkopje.
De Broze wolf vroeg of de grenzen nu terug bruikbaar waren.
Roodkopje dacht dat het beter was om de herstelde grenzen voorzichtig te behandelen en deze nog wat te laten drogen in de zon.

“Maar, wat doen we nu zo zonder grenzen?” vroeg de wolf.
Roodkopje legde de wolf uit dat je altijd nieuwe grenzen kan maken uit hart- en ziel-spinsels.
“Goed samen rollen tussen je handen tot een dun fijn lijntje… kijk zo… en dan…..goed laten hard worden door tijd en zon. Voilà” demonstreerde Roodkopje.

En zo bedachten en sponnen Roodkopje en de Broze wolf hun grenzen.
En toen de grenzen lagen te drogen in de zon en tijd en ze in afwachting aan de waterkant in het gras  lagen te rusten bedacht de Broze wolf dat ze nu beide eigenlijk tijdelijk ‘grenzeloos’ waren.
“dus ik kan nu eigenlijk doen bij jou wat ik wil, je hebt geen grenzen en ik ook niet” grinnikte de wolf wat geniepig.
Roodkopje keek hem wat bedenkelijk aan, haalde de grasstengel van tussen haar tanden en zei: “ik lig hier nu even te rusten he wolvenkop, geen gekke dingen alsjeblief.”

Maar grenzeloze wolven hebben daar geen oren naar, hij sprong bovenop Roodkopje en begon haar vreselijk hard te kietelen.
“Stop! Stop ,hahaha stoooooooooop! niet doeeeeeeeeen hahahaha ik kàn niet meer hahaha, ale, stop!!!” schaterde Roodkopje het uit, terwijl de tranen van het lachen over haar wangen rolde.

“Dat zal niet gaan, ik heb geen grenzen meer en jij ook niet nenenenenene” grinnikte de wolf en ging verder met het afkietelen van Roodkopje.
De avondlucht vulde zich met Roodkoppige lachjes, Broze gniffeltjes en een grenzeloze vriendschap.

Schilderwerkje "Over de grens" (detail)

Made By SoFie

 
Leave a comment

Geplaatst door op 22 maart 2012 in Geen categorie

 

Juweeltjes speeltjes

Broches:

Broche: “Broze wolf” :-)

Broche: “Roodkopje” :-)

Oorbellen, hangers en ringendingen:

 

“Gelukspopje”                                           “Plusminusje” e.a…..

All handmade By SoFia

 
Leave a comment

Geplaatst door op 20 maart 2012 in Geen categorie

 

De lente van mijn leven is jarig vandaag

1 maart 2012
Omdat mijn lente elk jaar weer begint met en bij mijn lieve mama….:-)

verjaardagskadootje made by SoFia

Made by SoFia

 
Leave a comment

Geplaatst door op 1 maart 2012 in Geen categorie

 

De Broze wolf en zijn woordeloze woorden

schilderschets "Roodkoppige kaartjes" (detail) made by SoFia

 

Als Roodkopje op bezoek was bij Sneeuwwatje stuurde ze steeds kaartjes en brieven naar de Broze wolf.
Dan schreef ze hoe de prins van Sneeuwwatje weer zat te smakken aan tafel (iets waar Roodkopje overdreven allergisch voor was), hoe ze met Sneeuwwatje was gaan winkelen op de markt van Allaping. Hoe ze koffie hadden gedronken, waren gaan wandelen, koekjes van eigen en ander deeg hadden gebakken.
Met veel zorg zocht ze dan de kaartjes uit, schreef met haar beste pen.
‘s Avonds belde ze dan ook nog es naar de Broze wolf om meestal te vertellen wat er op haar kaartje en in haar brieven stond…

schilderschets "Roodkoppige kaartjes" made by SoFia

Maar als de Broze wolf naar de Geschoende kat ging hoorde Roodkopje nooit wat.
Geen kaartje, geen brief, geen telefoontje.

De wolf vond het beter zo.
“dan heb ik wat te vertellen als ik terug ben” had hij een keer gezegd.
“Hoef jij niet 4 x hetzelfde verhaal te lezen, te horen en te zien zoals ik “ had hij er wat achteraan gemompeld.

De Broze wolf had wel een punt (iets wat Broze wolven graag hebben, een punt), maar als hij terug in het bos was vertelde hij ook niet hoe het was.
Als hij dan Roodkopje tegen kwam, al dan niet ‘per ongeluk’ dan was hij wel enthousiast en een koekje sloeg hij nooit af.
Soms bleef hij dan dagen hangen aan de waterkant.
Maar soms was hij ook na een uur al weer weg.

En hoewel Roodkopje de Broze wolf nam zoals hij was, met al zijn komen en gaan. Toch kreeg ze het soms wat moeilijk met alle woordeloze woorden die hij telkens bij haar achter liet.
Het werden er zoveel dat Roodkopje op den duur niet meer wist waar met al die woordeloze woorden te blijven.
Af en toe schudde ze eens met een woordeloos woord om te horen of er wat in zat. Maar zoals iedereen weet, niets zo moeilijk om uit het woordeloze woord de betekenis te halen.
Dus uit angst wat waardevols weg te smijten hield ze alle woordeloze woorden van de Broze wolf bij.

Toen de Broze wolf op een dag met Roodkopje aan de waterkant zat vroeg Roodkopje wat de Broze wolf eigenlijk deed met al haar vragen die onbeantwoord bleven.
Hield hij die ook zo bij als zij al zijn woordeloze woorden?

De Broze wolf keek haar wat verbaasd aan.
“Onbeantwoorde vragen? Ik heb al je vragen beantwoord toch?” antwoordde hij met een vraag.
Nu was het aan Roodkopje om met een verbaasde blik de wolf te omhullen.
“Waar zijn die antwoorden dan?” vroeg ze wat bitsig. Er zeker van zijnde dat er geen antwoord aan haar donkerbruine ogen zou zijn ontsnapt. Roodkopjes zijn namelijk erg goed in antwoorden en woorden bijhouden. Er glipt er niet zo maar ééntje langs haar heen.

schilderwerkje "Vurige woordeloze wolvenwoorden" (detail) made by SoFia

De wolf zweeg.
En weer rolde er een woordeloos woord van tussen zijn poten.

“En wat heb ik genoeg van jouw woordeloze woorden” riep Roodkopje nu wat bozig.
“Wat moet ik daar nu mee!”.
“Ah misschien moet jij daar eens mijn antwoorden in gaan zoeken he” riep de wolf nu wat bozig terug.
“Ohhh zooo, dat méén je niet he!” riep Roodkopje nu echt kwaad. “Jouw antwoorden zitten toch niet in al die woordeloze woorden van je!!! Moet ik daar tussen gaan zoeken?! Daar ben ik 5 jaar mee bezig”

“Tja “ zei de Broze wolf wat wijsneuzig “Heb je wat te doen he, En misschien ben jij niet zo goed in het lezen van woordeloze woorden, Da’s mijn fout niet he” En hij legde zich op zijn rug in het gras.

Roodkopje haar hoofd was nu bijna zo rood als haar haren.
Ze stond op en liep terug het bos in.
Een maal thuis graaide ze al de woordeloze woorden van de Broze wolf die ze zorgvuldig bewaard had en gooide ze buiten op één grote berg.
“Wie denkt dat Broze geval wel dat ie is! “ mompelde ze tussen haar tanden terwijl ze de lucifers pakte.
“Misschien ben jij niet zo goed in het lezen van woordeloze woorden” herhaalde ze kwaad en met een nagemaakt broze-wolf-stemmetje.

 

schilderwerkje "Vurige woordeloze wolvenwoorden" (detail) Made by SoFia

 

Ze wist natuurlijk ook wel dat je nooit zo kwaad werd om iets als het niet iets zei over jezelf.
En ja ze was inderdaad niet zo goed in het lezen van woordeloze woorden.
Roodkopje was verliefd op woordvolle woorden. Dat was haar ding.
En toen bleek dat de Broze wolf niet zo woordvol was had ze zijn leegte zelf wat ingevuld.
Maar daar was Roodkopje niet zo gek meer van. Ze had vroeger overal en van iedereen de lege woorden ingevuld en zo waren bepaalde sprookjes plots heel anders geworden dan ze in feite waren.
En niet iedereen was daar zo gelukkig van geworden.
Toen ze Lans en Mietje had verteld hoe zielig het was dat de heks zo alleen was en hoe gruwelijke ouders je wel niet moest zijn om zomaar je kinderen in het bos achter te laten hadden Lans en Mietje bijna hun ouders in plaats van de heks in de oven gestoken.
Of toen ze tegen Sneeuwwatje had verteld dat als je de mooiste bent van het land of je dan nog wel dat hele huis van de 7 dwergen moest gaan opkuisen? Vreselijk als ze weer terug dacht aan de ruzie die er ontstond tussen de dwergen en de heks om wie de giftige appel aan Sneeuwwatje mocht geven….
Gelukkig heeft ze haar eigen ingevulde woorden weer terug kunnen rechttrekken en leeg schudden. Is ze met Lans en Mietje en hun ouders rond de tafel kunnen gaan zitten en met de 7 dwergen en sneeuwwatje een intensieve groepstherapie kunnen aanvatten.

Maar vanaf die moment had Roodkopje zich voorgenomen wat voorzichtiger te zijn met het invullen van woordeloze woorden en de leegtes die tussen zinnen door wel es durft te zitten.

Maar met al die woordeloze woorden en de leegtes tussen de Broze wolf zijn zinnen door kon Roodkopje niets meer aanvangen.
Ze had er ook wat schrik van gekregen.
Stel dat ze het weer verkeerd ging invullen….

Dus wat kwaad en verdrietig stak ze al zijn woordeloze woorden in brand.
De woordeloze woorden knisperde en knetterde.

 

Schilderwerkje "Vurige woordeloze wolvenwoorden" made by SoFia

 

De Broze wolf die door het zien van de rookpluim kwam aanlopen riep verontwaardigd: “Wat doe je nou!”
“Ik had het koud” zei Roodkopje kwaad en met tranen in haar ogen.
Toen de wolf dichterbij was gekomen en haar tranen zag zitten vroeg hij waarom ze huilde.
“Ik huil niet” zei Roodkopje dapper. “Mijn ogen smelten gewoon een beetje van de warmte van het vuur”.
“En zijn dat niet de spiegels van je ziel, ogen” vroeg de wolf wat stil.
Roodkopje zweeg, ze besloot zelf eens een woordeloos woord te geven, een vraag woordeloos te beantwoorden.
“Mij woordeloze woorden zijn dan toch alvast warm he” glimlachte de Broze wolf.
Roodkopje glimlachte wat schoorvoetend terug.
“Ik ben gewoon niet zo goed in woordvolle woorden en ja ik laat veel leegte tussen mijn zinnen door.” ging de wolf verder.
“Maar ik wil niet invullen” zei Roodkopje wat moedeloos. “Ik word zo moe van invullen” prevelde ze er wat stil achter.
“Maar dat moet toch ook niet” antwoordde de wolf.
“Soms zijn woorden ook het mooist als je ze leeg laat, invulbaar. Zo kan het alles zijn, of niet zijn.”
“En daarbij, het gaat toch niet om invullen, maar om aanvullen” zei de wolf.
“En dat doen wij toch, elkaar aanvullen? Juist in het zo anders zijn. Jij vult mijn woordeloze aan met al jou woordevolle. En ik vul je woordevolle wat weer aan met de het woordeloze….” vulde de wolf aan.

“Hoe kom jij ineens zo wijs” antwoordde Roodkopje en gaf de wolf een speelse por in zijn wolvenzij.
“ahh komt vast door jou he” grinnikte de wolf en trok aan de rode lokken van Roodkopje.
Al lachend liepen ze achter elkaar aan naar de waterkant.
Toen ze, leunend tegen elkaars zij , aan de waterkant zaten zei de Broze wolf na een tijdje: “Weet je Roodkopig ding, ik besef het niet altijd zo zelf meteen en ik laat niet zoveel van me horen maar …ik dénk wel aan je”
En Roodkopje wist niet zeker of de wolf dat nu luidop had gezegd of niet, maar ze glimlachte en besloot een keer te zwijgen.
De lucht en het hart zat vol opgebrande en brandende woordeloze woorden en dat was voor nu meer dan genoeg.

Made by SoFia

Ps: Meer verhaaltjes (waaronder dit) en in chronologische volgorde over Roodkopje en de Broze wolf zijn hier  naast te vinden onder de pagina “De Broze wolf”.Gewoon even aanklikken…

Samen met dit verhaaltje het mooie liedje “without a word”

 
Leave a comment

Geplaatst door op 21 februari 2012 in Geen categorie

 

(Kr)engeligge schaduwkant van het leven

Een schaduw van gedachten,ideeën en bedenkingen.
Een vage schets
Nog invulbaar

Lijnen nog plooibaar
Aanpasbare vormen.
Klaar voor kleur

Licht gevleugelde fantasie
verankerd in realiteit
De mogelijke mogelijkheid
Aan de waterkant van het hart,
aan de oevers van de ziel….

Zoals het leven, of zoals het zou mogen zijn….

SoFia

"Krengeltjes" werk in klei en ijzerdraad

detail "Krengeltjes"

detail "Krengeltjes"

detail "Krengeltjes"

Detail "Krengeltjes"

Detail "Krengeltjes"

Detail "Krengeltjes"

Detail "Krengeltjes"

Detail "Krengeltjes"

Made By SoFia

 
Leave a comment

Geplaatst door op 5 februari 2012 in Geen categorie

 

De Broze wolf

Op de pagina “De Broze wolf” hiernaast kan je mijn verhaaltjes van “Roodkopje en de Broze wolf” lezen.
Ze staan in chronologische volgorde en elk nieuw verhaal zal ik automatisch toevoegen.
Veel leesplezier.
SoFia

 
Leave a comment

Geplaatst door op 15 januari 2012 in Geen categorie

 

Gemberkoekjes

De Broze wolf lag in het gras aan de waterkant behoorlijk stil te wezen.
Roodkopje had al verteld over de renovatie van het snoephuis en over hoe de 7 dwergen met voetbal gewonnen hadden met 29-1 van de 7 geitjes, maar de Broze wolf had enkel maar even geknikt en ‘uhuh’ en ‘oww ja’ gemompeld.
En voor een Broze wolf is dat wel heel stil.
Roodkopje ging naast hem liggen en vroeg waarom ze haast de blaadjes van de bomen kon horen vallen.
“Omdat het winter is, dan vallen blaadjes van bomen” antwoordde hij.
Maar na de “duhhhh” van Roodkopje zuchtte hij eens diep en zei: “Ik heb gedroomd vannacht”.
“Ohhh” zei Roodkopje enthousiast “ Leuk!! vertel”
“Leuk, leuk,” knorde de Broze wolf. “Dromen waarvan je niet weet dat je ze aan het dromen bent zijn niet leuk. Nou ja, ze zijn wel leuk, maar als je wakker wordt is het niet meer leuk”.
Roodkopje keek de wolf wat verbaasd aan. “Waarover heb je dan gedroomd? Vroeg ze.
“Over Gemberkoekjes” zei de wolf stil.
“Ieeeee bah” zei Roodkopje vol afgrijzen. “Een nachtmerrie dus”.
“Een nachtmerrie!” riep de Broze wolf boos. “het was de heerlijkste droom die er bestond!” “Gemberkoekjes zijn fantastisch, ze zijn…”
De Broze wolf stopte zijn zin, de woorden kraakte in zijn keel en  broze tranen sprongen in zijn ogen.
“Ik mis de Gemberkoekjes”. prevelde hij er achteraan.
Roodkopje kon geen Gemberkoekjes bakken. Wel karamel-, chocolade-, room-, confituur-, cocos- en zandkoekjes, maar geen Gemberkoekjes.
Want iedereen wist dat je nooit echt goed bakken kon wat je zelf erg vies vond.En ja Roodkopje vond Gemberkoekjes nu eenmaal erg vies.
De Broze wolf had al in heel het bos gezocht naar iemand die Gemberkoekjes bakken kon, maar niemand kon hem daarbij helpen.
9 Sprookjesbossen verder, kon je heerlijke Gemberkoekjes krijgen. Maar de Broze wolf wist na zoveel tijd en zoveel reizen niet meer de weg naar dat bos. Hij wist niet eens welke kant het op was, hij wist niet eens de naam van het bos. Hij vroeg zich zelfs af of het bos wel een naam had.
Af en toe, twijfelde hij zelf aan zichzelf. Bestond het bos wel? En waren die Gemberkoekjes nu wel zo lekker?
Misschien had hij het wel zelfbedacht? Of gedroomd?
Maar als hij dan diep in zijn gedachten ging kijken vond hij steeds weer tussen wat losse herinneringen de smaak van Gemberkoekjes. En een smaak ligt nooit zomaar tussen herinneringen wist de wolf. Het moest dus wel waar zijn, het moest wel een herinnering zijn.

Roodkopje probeerde de wolf wat af te leiden met heerlijke chocolade en bessenkoekjes, maar het hielp allemaal niet.
“Kan je die Gemberkoekjes dan niet gewoon vergeten?” opperde Roodkopje.
“Alsof ik dat niet al lang geprobeerd heb” zuchtte de wolf.
“Ik heb gedachten aan Gemberkoekjes al een rotschop gegeven, achter de eik in een hele diepe put begraven, plat gestampt, meegegeven met de ganzen naar het zuiden, in een kistje gestoken en dichtgetimmerd, maar niets helpt” jammerde de wolf.
“Dan denk ik dat ik het vergeten ben, of beter gezegd dan denk ik juist niets, want als ik dat denk dan weet ik het weer. Vergeten is een woord dat eigenlijk niet eens bestaat. Als je weet wat je vergeet, dan weet je het weer he” ratelde de wolf verder.
“En dan zo plots, na heel lang niet denken aan Gemberkoekjes, dénk ik er wéér aan! Of ruik ik zomaar de geur, proef ik de smaak. En het ergste is dat als je net zover bent dat je Gemberkoekjes niet meer mist, je gaat dromen over ze. En tegen dromen valt niks te doen. gedachten kan je nog zachtjes toefluisteren, een klein zetje geven, zelfs wat negeren, maar dromen… die zijn onbestuurbaar..” zei de wolf. En hij klonk brozer dan broos.
“Ik hààt dromen! En ik hààt Gemberkoekjes!” riep de wolf kwaad en draaide zich om in het gras.

Na een tijdje werd Roodkopje het een beetje beu dat de Broze wolf niets meer wou doen.
“Als je zo blijft liggen dénk je alleen nog meer aan Gemberkoekjes” zei ze op een dag tegen de Broze wolf.
De Broze wolf werd eerst erg kwaad omdat hij nét de Gemberkoekjes wat ‘vergeten’ was en toen Roodkopje zei… maar hij besefte ook dat ze ergens wel gelijk had.
“Wat kan ik dan doen?” prevelde hij.
Roodkopje antwoordde hem dat ‘missen’ niet zo erg was en ook dromen niet. “Het wil zeggen dat wat je mist en waarover je droomt best mooi was of is” zei ze tegen de Broze wolf. “Ach, misschien waren die Gemberkoekjes niet eens zo lekker” zei de wolf dapper.
“Dat maakt op zich niets uit “ zei Roodkopje.
Zelfs als je dingen mooier en beter maakt dan ze in wezen zijn, dan nog kan je de gedachten eraan nog gebruiken”
“Gebruiken?” vroeg de wolf verbaasd?
“Jahaaa” antwoordde Roodkopje.
“Je kan gedachten, herinneringen, missen en dromen gebruiken om hele mooie dingen mee te doen”
“Oww ja?” vroeg de wolf. “Hoe zo?”
“Wel, als je bijvoorbeeld gedachten voorzichtig uitknijpt krijg je heerlijke druppels hartverwarming, als je herinneringen zachtjes opwarmt komt er een fantastische smaak vrij, missen kan je opkloppen tot een luchtige slagroomgevoel en als je dromen laat afkoelen verharden ze in caramelfantasie.” legde Roodkopje uit.
“En met die dingen kan je weer allerlei lekkere, boeiende, interessante en fascinerende nieuwe dingen maken” ging Roodkopje verder.
“Dus…. ik kan met mijn Gemberkoekjes missen en dromen wat nieuws maken?…. En wat dan?” vroeg de Broze wolf.
“Wat je zelf maar wil” antwoordde Roodkopje.
“Maar ik weet niets” mompelde de wolf wat bedremmeld.
“Tja” zei Roodkopje wat teleurgesteld “dan gaat al het mooie van je missen en dromen verloren….”
“Dus, wat ik maar wil he…..?”vroeg de wolf
En hij fluisterde zijn nieuwe idee in Roodkopje haar oor.
“Ohhh, wat een prachtig idee!” riep Roodkopje verheugd.

Made By SoFia

En als mooie begeleiding bij dit verhaaltje, het mooie leuke lieve liedje van de prachtige voorstelling ‘Na de pauze’ van Herman Finkers. Hoe zeg je dat?; Man van mijn hart? Man naar mijn hart?

…..’De hemel is iets achterhaalds, er wacht ons boven niets.
De hemel, wees nou eerlijk, is een verzonnen iets.’

‘De veertigste van Mozart en de liedjes van Jacques Brel
zijn ook ooit verzonnen’, zei ik, ‘toch bestaan ze wel.
Iets kan zijn verzonnen en daardoor juist bestaan.
Dat soms iets niet verzonnen is, neemt men zomaar aan.’

Dit lied is ook verzonnen en hoor hoe het bestaat.
Ik zing het graag omdat daarmee de hemel opengaat….

(‘daarboven in de hemel’ H. Finkers)

 
Leave a comment

Geplaatst door op 7 januari 2012 in Geen categorie

 

Broze waterkant

Schilderijtje "Broze waterkant" made by SoFia

Toen de Broze wolf en Roodkopje menig zonsondergangen en speelse waterkanten hadden gezien vertelde de Broze wolf op een dag nog eens over zijn zware dagen. En hoe moeilijk hij het vond die dan te dragen.
Roodkopje luisterde aandachtig, of dat probeerde ze toch.
Ze herkende wat de wolf vertelde en kwam dus meteen met een idee op de proppen.
“Misschien moet je iets maken om je zware dag in mee te dragen dan?” had ze voorgesteld.
Zelf had ze een keer een heel mooi trekwagentje gemaakt voor haar zware dagen. Het was een stuk makkelijker dan ze zo op je rug te moeten meezeulen.
Roodkopje was nog niet uitverteld of de Broze wolf was al druk in de weer hout te zoeken en een wagentje te timmeren.
En terwijl hij  de wielen aan het bijschaven was vertelde hij hoe blij hij was met Roodkopje haar hulp.
“Voor mij was dat wagentje wel goed he, maar misschien…” vertelde Roodkopje, maar zoals gewoonlijk onderbrak de Broze wolf haar met al zijn enthousiasme en ging door over hoe hij de wielen zo stevig mogelijk zou  kunnen maken.

Toen het wagentje af was stond de Broze wolf zo fier als een gieter naast zijn wagentje. “Zo, nu nog wachten op een zware dag” zei hij. “Hihi, je zou er haast op gaan wachten” gniffelde hij wat en begon wat te blozen omdat hij zo in zijn kaarten had laten kijken.

Een paar dagen later had de Broze wolf plots een zware dag te pakken.
“Roodkopje!” riep hij. “Het is zover! Een zware dag!”.
Roodkopje kwam meteen kijken. “Ohh ja, ik zie het, het ziet er inderdaad wel een erg zware dag uit” zei ze wat onder de indruk.
De Broze wolf tilde de zware dag op en liet hem in het wagentje ploffen.
Maar toen de Broze wolf met het wagentje op stap wou gaan en met Roodkopje in het bos wou gaan wandelen, kwam de wolf geen meter verder. De wielen kwamen niet door de mulle bosgrond en bleven achter alle takken en boomwortels hangen.
De Broze wolf wou niet meteen opgeven en trok dapper verder maar toen één van de wielen afbrak werd hij ongelooflijk kwaad.
“Gadver! Roodkopje, jij met je geweldige ideeën ook altijd!” riep hij. “Dit slaagt nergens op, het werkt niet!”
“Waarom heb ik naar jou geluisterd eigenlijk?!” snauwde hij. Hij tilde de zware dag uit het gebroken wagentje en liep het bos uit.
 Samen met zijn zware dag ging hij aan de waterkant zitten. En hij begon te overdenken hoe dit nu mis was kunnen gaan. En hij bedacht dat Roodkopje aankwam met dat wagentje en hoe het haar geholpen had.

Maar ook dat Roodkopje er ook bij was als hij eergisteren zijn poot stootte aan de steen op het heuveltje. Ze had hem wat gevraagd en hij had omgekeken en zo zijn poot bezeerd. En ja nu hij verder dacht, Roodkopje was er ook bij toen hij ruzie had gekregen met de Das. Eigenlijk omdat Roodkopje de Das had verdedigd.
Roodkopje was er ook geweest als hij die ene nacht zo ziek was geweest. En had hij toen ook niet de koekjes gegeten die Roodkopje had gebakken? De broze wolf keek om zich heen.
Zag het water van het meer nu ook niet wat vuil? “Tss, dat komt natuurlijk omdat Roodkopje zijn t-shirt in het water had gewassen.“
En dat t-shirt zou niet vuil zijn geworden als zij geen slagroomtaartjes had gebakken” bedacht hij.
En kijk de lucht was ook niet meer zo blauw als vroeger. “dat is vast door al die baklucht van Roodkopje.” bedacht de wolf.
Hoorde de Broze wolf trouwens nu niet de vogels  met hem mee twitteren, de wind bevestigend fluisteren?

Detail schilderijtje "Broze waterkant"

Toen Roodkopje naast de wolf kwam zitten met vers gebakken koekjes om hem wat op te beuren begon de Broze wolf een hele uitleg te doen.
Over hoe ze minder koekjes moest gaan bakken, haar ideeën maar beter voor haar moest houden en nu hij er zo over nadacht voelde hij zich eigenlijk niet àltijd zo prettig bij Roodkopje
“Je hebt niet zo’n beste invloed op mij vrees ik” zei hij ernstig.
“Misschien moet jij maar es nadenken met wat je bezig bent en hoe dat komt” vervolgde hij.
“Al dat ‘gehelp” van jou…. zo kan ik toch niet mijn eigen weg zoeken”

De Broze wolf gaf Roodkopje een ei kadoo. Een ei vol  met zijn bedenkingen over Roodkopje en haar invloeden.
Roodkopje was verschoten over zulke uitspraken en wist niet goed meer wat zeggen. Ze liep stil het bos in met het ei.
“Kijk,” ging de Broze wolf verder “zelfs de blaadjes vallen van de bomen als jij voorbij loopt”.

Roodkopje bekeek en bestudeerde het ei, stelde het vragen, maar ze kreeg geen antwoord.
“Wat moet ik nu met dat ei?” bedacht ze zich.
Meestal broed je eieren uit of eet je ze op. Een keer gooi ze ook wel kapot. Maar de eieren die je niet toebehoren zijn de lastigste wist Roodkopje.

Roodkopje stapte terug op de Broze wolf af.
“Ik wil niet ondankbaar zijn of van slechte wil, maar ik geef je ei terug wolf” “Ik kan er niet veel mee, het is jouw ei, niet het mijne. Het is aan jou om het uit te broeden of er wat mee te doen”.

Had de wolf willen luisteren naar Roodkopje, haar willen zien in plaats van enkel naar haar te kijken dan had hij geweten dat Roodkopje haar wagentje voor zware dagen diende voor op de zandpaadjes en niet in het bos, dan had hij geweten dat hij soms zelf onhandig was,  gewoon té veel koekjes at, zelf ruzie zocht en altijd zijn t- shirt vuil maakte door zijn gulzigheid. Dan had hij geweten dat het water in de plas vuil was door Olifant die zich telkens daar kwam wassen en de blaadjes van de bomen vielen omdat het herfst was.

Nu zat hij daar wat alleenig met zijn eigen ei, nog overtuigd dat het voor Roodkopje was.
En zo zonder Roodkopje probeerde hij zijn dagen in te vullen, de blaadjes weer aan de bomen te kleven, het water te zeven. Hij probeerde zelfs zelf koekjes te bakken, maar hij beet er haast zijn tanden op stuk.

Toen hij een aantal dagen, of waren het nu weken, alleen was zag hij Roodkopje voorbij wandelen.
“Roodkopje..” riep hij zachtjes. “Geen zin in een koekje? zélf gebakken”.
Roodkopje sloeg het aanbod niet af. En aan de waterkant gezeten aten de Broze wolf en Roodkopje de koekjes.
En voor ze het wisten waren ze weer volop aan het praten en lachen.

“Dus….. die blaadjes moéten juist van de bomen?” prevelde de wolf en keek wat bedrukt naar zijn tube lijm.
En toen ze bijna tandpijn hadden van de Broze wolf zijn taaie koekjes zei Roodkopje voorzichtig:“Euhhhh….en laten we misschien ook beter doen waar ieder goed in is.? Ik maak eigenlijk liever koekjes van eigen deeg” lachte Roodkopje.
De Broze wolf glimlachte, maar vroeg zich dan ook af wat hij dan goed kon doen voor Roodkopje.
Roodkopje vertelde hem dat niemand haar zo kon doen lachen als hij. Zij nooit zulke leuke dingen zou kunnen vertellen als hij dat kon.
En zo spraken ze af, dat Roodkopje de koekjes zou bakken, de Broze wolf voor het lachen zou zorgen en de tijd voor al de rest.

Detail schilderijtje "Broze waterkant"

Made By SoFia

 
Leave a comment

Geplaatst door op 6 december 2011 in Geen categorie

 
 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.